Hoge producentenprijzen in april wakkeren inflatiezorgen aan

woensdag, 13 mei 2026 (16:03) - IEX.nl

In dit artikel:

In New York op 13 mei meldde het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics dat de producentenprijzen (PPI) in april sterker stegen dan verwacht, een aanwijzing dat inflatiedruk weer aantrekt in de nasleep van de spanningen met Iran. De PPI voor finale vraag nam maand-op-maand toe met 1,4% — de grootste stijging sinds maart 2022 — terwijl economen gemiddeld een stijging van 0,5% hadden voorspeld. Op jaarbasis steeg de PPI met 6,0%, tegen 4,0% in maart; een deel van die sprong weerspiegelt het wegvallen van lage cijfers uit het voorgaande jaar.

De toename trof zowel goederen als diensten. Core-PPI (exclusief voeding en energie) laat ook flinke opwaartse bewegingen zien: maand-op-maand ongeveer +1,0% en op jaarbasis rond 5,2%, terwijl een andere maatstaf zonder voeding en energie op jaarbasis circa 3,8% bedroeg. De benzine-index klom met 15,6%, wat de transport- en distributiekosten stevig opdreef en druk zet op bedrijfswinstmarges. Analisten waarschuwen dat als energieprijzen langdurig hoog blijven, die kosten uiteindelijk naar consumentenprijzen kunnen doorwerken.

Marktreacties waren gemengd: Amerikaanse aandelen openden wisselend (Nasdaq licht hoger, Dow lager), staatsobligatierentes bleven relatief stabiel (2-jaars ~3,99%, 10-jaars ~4,47%) en de dollarindex steeg naar 98,55. Marktdeskundigen benadrukken dat de cijfers de kans verkleinen op snelle renteverlagingen door de Federal Reserve en het risico op aanhoudende inflatie vergroten.

Kortom: de aprilcijfers tonen dat inflatie opnieuw onder druk staat, grotendeels door een energieprijsstoot die samenhangt met geopolitieke onrust, en zetten zowel beleggers als beleidsmakers voor de vraag hoe hard en hoe lang rentebeleid verstrakt of juist afremt om prijsstabiliteit te bewaren.