Jan Rotmans: 'Ik ben niet bang voor de dood, het zal in zekere zin een opluchting zijn'
In dit artikel:
Jan Rotmans, 65, hoogleraar transitiekunde en bekend van het vroegste integrale klimaatmodel (Image), leeft met een ongeneeslijke, uitgezaaide prostaatkanker en kreeg recent te horen dat hij nog vijf tot tien jaar te leven heeft. In een gesprek in de River Bar in Rotterdam vertelt hij open over de medische prognose, de emotionele impact en de keuzes die daarop volgden. Hij ontvangt veel reacties uit het land; de herinnering aan de diagnose overspoelt hem soms, maar hij benadrukt dat hij zich lichamelijk nog goed voelt: "Ik voel me goed en ben fit."
De ziekte heeft zijn levenswijze ingrijpend veranderd. Rotmans mediteert, sport drie keer per week intensief, drinkt veel minder alcohol en leeft bewuster. Tegelijk werkt hij door: kort na de uitslag begon hij aan zijn 35e boek, Kanteltijd, dat nadrukkelijk optimistischer van toon is dan eerdere publicaties over klimaat en crises. Het schrijven diende deels als verwerking; in plaats van te blijven hameren op onheil, wil hij aandacht richten op de “onderstroom” — burgers en lokale initiatieven die stilletjes alternatieven ontwikkelen, zoals energiecoöperaties, zonnepanelenprojecten en voedselbossen.
Rotmans gelooft dat die onderstroom de sleutel is voor brede maatschappelijke verandering: kleine, voortdurende veranderingen door een deel van de bevolking stapelen zich op. Uit zijn vakgebied volgt de vuistregel dat ongeveer 5% van mensen na een crisis structureel anders gaat handelen en dat rond de 25% een kantelpunt kan vormen waarna de rest relatief snel volgt. Nederland zou volgens hem in de buurt van dat kantelpunt zitten.
Hij is zelf actief betrokken bij praktische projecten, waaronder een circulaire kledingcoöperatie voor maatpakken van biologisch katoen die na gebruik gerecycled worden. Zijn persoonlijke stijl en voorbeelden (zoals zijn jasje) illustreren hoe hij duurzaamheid concreet wil maken. Rotmans ziet zulke burgerinitiatieven als de “weg uit de chaos” van geopolitieke onrust, economische schokken en klimaatproblemen.
Terugkijkend op zijn carrière schetst hij ook de kritiek die hem ooit te beurt viel: zijn Image-model in de jaren 90 werd aanvankelijk verguisd omdat hij klimaat- en economische effecten combineerde en ver vooruit keek. Later, toen hij transities onderzocht, leek hij volgens critici op een hype te springen. Hij kreeg via sociale media zelfs bedreigingen, maar behaalde uiteindelijk brede erkenning toen transitiebegrippen gemeengoed werden. Persoonlijk noemt hij zichzelf vroeger competitief en hardwerkend — soms tot het uiterste — en erkent dat die levensstijl mogelijk heeft bijgedragen aan zijn gezondheidssituatie, al is dat onbewijsbaar.
Rotmans praat ook over zijn nalatenschap: hij wil zijn kennis bewaren, idealiter in digitale vorm met behulp van kunstmatige intelligentie, zodat zijn denkkader beschikbaar blijft voor toekomstige generaties. Bang voor de dood is hij niet; hij ziet ook een zekere opluchting in het vooruitzicht van minder druk. Praktische zaken als autorijden laat hij aan anderen over — hij rijdt nooit zelf — en zijn dagelijkse routines en projecten vormen voorlopig zijn antwoord op ziekte en onrust: actief blijven, anderen inspireren en bouwen aan veranderkracht van onderop.