Jan Timman: een topschaker die 'een leuk leven leidde'
In dit artikel:
Jan Timman, de meest bekende Nederlandse grootmeester van de naoorlogse periode, is op woensdagochtend op 74‑jarige leeftijd overleden. In de jaren tachtig droeg hij de bijnaam "Best of the West" omdat hij als enige westerse speler regelmatig kon wedijveren met Sovjetreuzen als Anatoly Karpov en Garry Kasparov. Timman won tweemaal het prestigieuze Hoogovens-toernooi en streed in 1993 tegen Karpov om het wereldkampioenschap.
Drie kwart jaar vóór zijn dood had hij zijn actieve schaakloopbaan stil en definitief beëindigd; de inspanning om op topniveau te blijven bleek te veel. In zijn vroege jaren stond Timman bekend om het bohemienleven — cafés, laat doorspelen, sigaretten en een biertje — en toerde hij met vrienden als Hans Böhm door Europa. Dat hield hem niet tegen grote sportieve successen.
Na het terugtreden van het topschaak bleef hij een gezaghebbende stem in de wereld van het schaakjournalisme en -analyse; sinds 1970 publiceerde hij regelmatig commentaren, met name over eindspelen. Dharma Tjiam (directeur van de Nederlandse schaakbond) noemde hem een groot liefhebber en specialist. Hedendaagse toppers zoals Anish Giri zien Timman, naast Max Euwe, als voorbeeld — vooral vanwege zijn analytische scherpte. Timman zelf betreurde later het verdwijnen van het meer levenslustige toernooiklimaat; moderne spelers leven volgens hem veel meer voor de computer. Zijn nalatenschap is die van een brugfiguur tussen de romantische, reizende schaaktraditie en het huidige professionele tijdperk.