Japanse beurs scherp lager door stijgende energieprijzen
In dit artikel:
De Aziatische beurzen doken dinsdag ochtendover het algemeen in het rood, met Japan bijna 3% lager en Sydney en Mumbai meer dan 1% verlies; China bleef relatief beperkt met een daling van iets meer dan een half procent. De zwakke koersontwikkeling bouwt voort op verliezen van maandag, na de start van een gezamenlijke militaire operatie van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran afgelopen zaterdag.
De bewegingen worden vooral toegeschreven aan een sterke opleving van olie- en gasprijzen door geopolitieke spanningen in de Golf. Een vat West Texas Intermediate steeg maandag circa 7% naar 71 dollar en klom dinsdagochtend nog eens ongeveer 2%. Japan is bijzonder kwetsbaar: grofweg 95% van de ruwe olie-import komt uit het Midden-Oosten en zo’n 70% van de invoer passeert de Straat van Hormuz. Qatar meldde tijdelijk gasproductie stopzetting, wat de marktzorgen vergroot.
Analisten van onder meer JPMorgan waarschuwen dat bij een conflict dat langer dan drie weken duurt olievoorraden uitgeput kunnen raken en producenten tot productiekortingen gedwongen worden; in dat scenario zou Brent mogelijk tussen circa 100–120 dollar gehandeld kunnen worden. Tegelijkertijd is de Verenigde Staten momenteel energie-onafhankelijk en netto-exporteur, wat de wereldwijde impact verzacht. Op Wall Street wisten tech- en AI-aandelen maandagavond verliezen in andere sectoren te compenseren; de S&P sloot nipt hoger, maar futures stonden dinsdagochtend weer in de min. Europese markten werden voor dinsdag een rode opening verwacht.