Jetten voor en na de verkiezingen
In dit artikel:
Een jaar geleden staan de auteur en zijn vader op het Franse platteland in rood, maken een selfie en sturen die naar vrienden — veel van hen waren die dag in Den Haag bij de eerste rodelijndemonstratie voor Palestina. De optocht bracht verschillende generaties samen en gaf het gevoel van een mogelijk kantelpunt: eindelijk massale publieke verontwaardiging in Nederland over de Palestijnse kwestie.
Enkele maanden later bezochten vader en zoon de derde demonstratie, maar die hoop verbleekte. Ceasefires werden afgekondigd, maar bleken slecht afdwingbaar en de politieke wil om stevig op te treden tegen schendingen van internationaal recht ontbrak. Op een later protest in Amsterdam liepen 250.000 mensen in het rood; onder hen een jonge man die filmpjes maakte en fel sprak tegen wat hij genocide noemde — de auteur herkent hem later als degene die minister-president zou worden.
De schrijver observeert de politieke omslag: waar diezelfde politicus tijdens de campagne progressieve, pro-Palestijnse signalen gaf, klinkt hij nu veel terughoudender over Israëlische acties, witte fosfor in Libanon en de behandeling van Nederlandse activisten en journalisten. Voor de auteur staat het symbool van de rode lijn nu voor een rekbaar begrip: beloften en morele grenzen blijken aanpasbaar zodra politieke belangen vragen om compromis. Een jaar na die eerste foto zit hij opnieuw in Frankrijk met zijn vader, nog steeds zonder het gehoopte kantelpunt.
Het stuk verscheen bij FD Persoonlijk en reflecteert op de kloof tussen burgeractivisme en politieke realiteit.