Kan weerbaarheidstraining vrouwen helpen tegen mannelijk geweld?
In dit artikel:
Na de moord op de 17‑jarige Lisa uit Abcoude explodeerde in de media en bij gemeenten de oproep tot meer weerbaarheid: gratis zelfverdedigingslessen, adviezen over pepperspray en initiatieven om vrouwen naar huis te begeleiden. In een online gesprek bespreken feministisch auteur en maker Nydia van Voorthuizen (Damn, Honey) en zelfverdedigingstrainer Jan Bloem (decennialange ervaring) of zulke reflexen echt helpen of juist de verantwoordelijkheid bij slachtoffers leggen.
Van Voorthuizen stelt dat veel van die reacties goed bedoeld zijn maar een verkeerd signaal afgeven: bijna alle aandacht gaat naar wat vrouwen móeten doen om niet slachtoffer te worden. Ze wijst op de veelvoorkomende freezerespons bij seksueel geweld — Zweeds onderzoek noemt circa 70 procent — en deelt een eigen ervaring in een volle stiltecoupé waarin zij bevroren was en later het gevoel kreeg dat anderen haar gedrag hadden beoordeeld. Zulke verhalen illustreren volgens haar dat training die hoofdzakelijk uit technieken bestaat (stoten, knieën, kracht) voorbijgaat aan waarom veel vrouwen niet reageren en weinig aandacht besteedt aan grenzen, signalen of wat er na een incident gebeurt: opvang, erkenning en begeleiding ontbreken vaak.
Bloem erkent de systemische dimensie van mannelijk geweld en vindt het ongepast dat slachtoffers zoals Lisa te pas en te onpas worden gebruikt. Tegelijk wil hij niet afwachten tot beleid en cultuur veranderen. Zijn motivatie is praktisch: mensen voelen zich nú onveilig en hebben direct iets nodig. Hij benadrukt dat zelfverdediging niet uitsluitend over fysieke technieken gaat maar over herstel van regie — van ‘object’ naar ‘actor’ — en dat trainingen ook mannen kunnen raken. Belangrijker nog vindt hij het begin met gesprek en inzicht: herkennen van stressreacties, herkennen van persoonlijke grenzen en weten hoe waarneming en handelen door angst veranderen. Volgens hem is de freezerespons universeel en niet eenvoudig uit te wissen: onderzoek bij politieacademies liet zien dat ook getrainde professionals in eerste instantie bevriezen. Training kan echter de snelheid verbeteren waarmee iemand uit die freeze komt.
Beiden lopen tegen de spanning aan tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheid. Van Voorthuizen vreest dat aandacht voor awareness en preventietips snel verschuift naar een norm dat slachtoffers voortdurend alert moeten zijn, iets dat paranoïde kan maken en de schuld deels bij hen legt. Bloem antwoordt dat awareness geen levenslange alarmtoestand moet worden en dat preventie juist een collectieve opgave is — maar dat praktische vaardigheden en zelfvertrouwen voor sommige mensen wél verschil maken. Hij werkt met een ABC van self‑defense: Awareness (bewustzijn), Boundaries (grenzen) en Combat (techniek); als A en B op orde zijn, is C vaak niet nodig.
Beide gesprekspartners vinden dat zelfverdedigingstrainingen niet mogen fungeren als rookgordijn voor structurele problematiek: gesprekken over mannelijkheid, macht en waar geweld begint zijn essentieel en moeten worden gevoerd. Tegelijk erkennen ze dat verandering traag verloopt en dat er ruimte blijft voor trainingen die inhoudelijk breed zijn — met aandacht voor context, psychische reacties en nazorg — zolang maatschappelijke maatregelen uitblijven.
Kort samengevat: zelfverdediging kan sommige mensen empowerment en praktische handvatten bieden, maar het is geen oplossing voor de onderliggende oorzaken van mannelijk geweld. De verantwoordelijkheid ligt deels bij beleid en cultuur; in afwachting daarvan kiezen sommigen ervoor om mensen nu direct iets aan te bieden, mits dat aanbod genuanceerd, contextbewust en onderdeel van bredere preventie en nazorg is.
Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen