Kans op vroege Warsh-geleide Fed-renteverlagingen slinkt door optimisme

donderdag, 26 februari 2026 (21:03) - IEX.nl

In dit artikel:

De kans dat Kevin Warsh — door president Trump voorgedragen als volgende voorzitter van de Federal Reserve — meteen na zijn aantreden snel renteverlagingen doorvoert, is afgenomen nu de economische vooruitzichten in de VS verbeteren en beleidsmakers en markten minder haast lijken te hebben. Het Internationaal Monetair Fonds rekent dit jaar op iets hogere groei (ongeveer 2,4%), een werkloosheid rond 4% en een geleidelijke daling van de inflatie, waardoor er beperkte speelruimte zou zijn voor renteverlagingen (mogelijk één keer 25 basispunten volgend jaar).

Een recente enquête onder CEO’s van The Conference Board laat een sterke verbetering zien in bedrijfsvertrouwen en sectorvooruitzichten, weinig verwachting van grootschalige ontslagen en bedrijven die hogere kosten doorberekenen — ontwikkelingen die het lastiger maken om versoepeling van het monetaire beleid te rechtvaardigen. Beleggers hebben hun verwachtingen voor de timing van een eerste Warsh-geleide verlaging naar de Fed-vergadering van 28-29 juli verschoven (voorheen werd 16-17 juni genoemd). Warsh is nog niet formeel genomineerd bij de Senaat, maar bevestiging vóór de junivergadering wordt verwacht; Jerome Powell’s termijn loopt in mei af.

Binnen de Fed bestaan uiteenlopende visies. Sommige economen zien de centrale bank “havikachtiger” reageren en voorspellen minder renteverlagingen dan eerder gedacht. Fed-gouverneur Stephen Miran, een van de weinigen die ruime verlagingen aanmoedigen, verwacht nog steeds dat de beleidsrente dit jaar substantieel kan dalen, mede dankzij een door AI gedreven productiviteitsimpuls. Miran zei publiekelijk: “Ik denk echt niet dat we een inflatieprobleem hebben.” Zijn termijn als gouverneur is technisch verlopen, maar hij kan blijven aanblijven totdat een opvolger is benoemd; zijn zetel kan belangrijk zijn voor een toekomstige samenstelling van de Board of Governors.

Notulen van de Fed-vergadering van eind januari lieten echter terughoudendheid zien ten aanzien van het baseren van beleid op optimistische veronderstellingen over AI. Stafanalyses signaleerden hooguit een beperkte verbetering van het potentiële groeipad, terwijl de vraag in de economie sterk blijft — factoren die prijsdruk in stand kunnen houden. Enkele beleidsmakers staanden zelfs open voor de mogelijkheid dat een volgende rentebeweging een verhoging zou kunnen zijn als de arbeidsmarkt krachtig blijft. Christopher Waller benadrukte dat herhaalde sterke banengroei reden zou zijn om de rente op het huidige niveau te houden. Het arbeidsmarktrapport over februari verschijnt op 6 maart en zal mede richtinggevend zijn.

Voor Warsh ontstaat er daarmee een politiek en beleidskundig dilemma: hij heeft redenen gegeven waarom rentes omlaag zouden moeten, maar moet in de praktijk sturen binnen een omgeving van stevige groei, stabiele werkgelegenheid en aanhoudende inflatie boven doel. Dat staat op gespannen voet met de expliciete wens van Trump voor forse renteverlagingen — de president rekent erop dat lagere rentes onder meer de financieringskosten van de federale schuld en hypotheeklasten verlagen — maar de Fed heeft weinig reden tot haast zolang inflatieverwachtingen niet ontsporen.

Samengevat: verbeterde economische data, optimisme bij bedrijven en terughoudende signalen van beleidsmakers maken onmiddellijke, grote renteverlagingen onwaarschijnlijk. Dat beperkt de manoeuvreerruimte voor een door Trump gesteunde Fed-voorzitter als Warsh en benadrukt dat toekomstige beslissingen sterk afhankelijk blijven van binnenkomende economische cijfers en de samenstelling van de Fed.