Karaktermoord en kapotte carrières: hoe onderzoek naar ongewenst gedrag ontspoort
In dit artikel:
Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag Mariëtte Hamer onderzocht sinds 2022 niet alleen meldingen en slachtoffers, maar ook de Nederlandse onderzoeksbureaus die sociale veiligheid op de werkvloer beoordelen. Aanleiding waren terugkerende klachten over hun werkwijze en de schade die ondeugdelijke rapporten kunnen veroorzaken voor zowel melders als beschuldigden.
Volgens Hamer is er weinig vastgelegd in wet- en regelgeving voor dit soort onderzoeken. Rechters, wetenschappers en arbeidsrechtadvocaten signaleren geregeld dat rapporten onvoldoende feiten bevatten, geen goed wederhoor toepassen of anonieme verklaringen als waarheid behandelen. Een rechter kende bijvoorbeeld voormalig directeur Birgit Donker van het Nederlands Fotomuseum 400.000 euro schadevergoeding toe, nadat een rapport over een vermeende angstcultuur onvoldoende betrouwbaar was bevonden. Ook in zaken rond de gemeente Zutphen, oud-Kamerlid Gijs van Dijk en het Albert Schweitzer ziekenhuis kwam kritiek op bureaus naar voren. In die laatste zaak moest Bezemer & Schubad het rapport na een rechterlijke uitspraak intrekken.
Experts wijzen zowel de bureaus als hun opdrachtgevers aan als verantwoordelijken. Werkgevers huren soms onder mediadruk of uit onzekerheid snel een extern bureau in, in plaats van eerst zelf met betrokkenen te spreken. Een rapport kan daardoor worden gebruikt om een al genomen ontslagbesluit te onderbouwen of om verantwoordelijkheid af te schuiven. De sector is bovendien commercieel aantrekkelijk: een onderzoek kost al snel 50.000 euro en de markt zou jaarlijks tientallen miljoenen euro’s omvatten.
Een belangrijk probleem is het vervagen van het onderscheid tussen twee soorten onderzoek. Bij een cultuuronderzoek worden de algemene verhoudingen en de ervaren veiligheid binnen een organisatie onderzocht, bijvoorbeeld via enquêtes en vertrouwelijke gesprekken. Als er concrete, ernstige klachten tegen één persoon liggen, is volgens de advocaten een persoonsgericht onderzoek nodig. Daarbij moeten feiten worden onderzocht, moet de beschuldigde alle bevindingen kunnen controleren en is hoor en wederhoor essentieel. In de praktijk wordt een cultuuronderzoek volgens hen echter geregeld uitgebreid tot een zoektocht naar belastende informatie over een specifieke leidinggevende. Algemene gevoelens, zoals een ‘giftige werkomgeving’, worden dan soms behandeld alsof het vastgestelde feiten zijn.
Onderzoeksbureaus verdedigen hun aanpak. Ernst-Jan Schubad van Bezemer & Schubad zegt dat zijn bureau ongeveer de helft van de opdrachten weigert en waar mogelijk mediation adviseert. Volgens hem vragen werkgevers vaak om een brede ‘thermometer’ van de organisatie; wanneer een persoon door meerdere medewerkers wordt genoemd, kan die volgens hem alsnog worden uitgenodigd voor een gesprek. Hij wijst erop dat veel werkgevers voor het eerst met ongewenst gedrag te maken krijgen en uit angst om passief te lijken snel hulp zoeken.
Hamer presenteerde deze zomer een advies van 44 pagina’s met dertig aanbevelingen voor ‘veilig onderzoek’. Zij pleit voor professionalisering van de sector, onafhankelijk toezicht, een klachtenprocedure die ook tijdens een onderzoek toegankelijk is, verplichte scholing en vergunningen per specialisme. Zelfregulering vindt zij onvoldoende: een bureau dat ervaring heeft met fraudeonderzoek zou nu bijvoorbeeld ook onderzoek naar seksueel grensoverschrijdend gedrag kunnen uitvoeren. Strengere eisen zijn volgens Hamer noodzakelijk omdat gebrekkige onderzoeken levens en loopbanen ernstig kunnen beschadigen en mensen soms ten onrechte van het toneel doen verdwijnen.
De Oranjezomer: Theo Janssen ziet op tegen één ding bij Studio Sport: ‘Ik vind het altijd een beetje ongemakkelijk’