Kifid mag klacht over achteraf betalen bij Klarna niet behandelen
In dit artikel:
Kifid behandelt een klacht over achteraf betalen via Klarna niet inhoudelijk. De zaak ging over een consument die in ongeveer een maand dertig aankopen bij één webshop deed en daarmee bijna 9.000 euro krediet opbouwde. Klarna blokkeerde verdere aankopen pas daarna. De consument stelde dat sprake was van overkreditering en dat Klarna eerder had moeten ingrijpen.
In uitspraak GC 2026-0861, gepubliceerd op 3 september, oordeelde de Geschillencommissie eerst dat zij voor deze klacht niet bevoegd is. Kifid behandelt alleen klachten over financiële diensten die onder de Wet op het financieel toezicht (Wft) vallen. Krediet dat binnen drie maanden wordt afgelost en waarvoor slechts geringe kosten gelden, is daarvan uitgezonderd. Omdat terugbetaling binnen dertig dagen moest plaatsvinden, draaide het geschil om de kosten.
Volgens Europese en Nederlandse rechtspraak tellen vertragingsrente en incassokosten normaal gesproken niet mee, tenzij een kredietverstrekker bij het sluiten van de overeenkomst al op wanbetaling rekent als inkomstenbron. Klarna stelde dat haar inkomsten vooral komen uit vergoedingen van webwinkels. Een accountantsrapport over 2023, 2024 en de eerste helft van 2025 ondersteunde volgens Kifid die uitleg. Het rapport bleef vertrouwelijk, maar de commissie maakte bekend dat wanbetaling geen onderdeel is van Klarna’s verdienmodel.
Daarom valt het krediet onder de wettelijke uitzondering. Kifid doet geen uitspraak over de zorgplicht of mogelijke overkreditering. Eerdere vergelijkbare zaken werden in april nog anders beoordeeld, maar tegen deze beslissing is geen beroep bij de Commissie van Beroep mogelijk. De consument kan alleen nog naar de rechter. Andere Klarna-klachten worden afzonderlijk beoordeeld; bovendien is het relevante Wft-artikel sinds 25 juni 2026 gewijzigd.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen niet onder de indruk van ongeluk Kees de Bever op filmset: 'Zal wel meevallen'