Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer: 'Laten we stoppen kinderen op te jagen'
In dit artikel:
Eind november viel Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer (1960) op weg van huis naar het station in Groningen op het ijs en sloeg met haar hoofd op het beton. De arts stelde een zware hersenschudding vast; sindsdien kampt ze met geheugenproblemen, prikkelbaarheid en verminderde weerbaarheid in drukke situaties. Omdat herstel volgens de bedrijfsarts langer kan duren op hogere leeftijd, werkt ze thuis en organiseert ze haar taken zorgvuldiger: kortere, efficiëntere vergaderingen en meer wandelpauzes rond kantoor in Den Haag om te herstellen en energie te sparen. Eerder, in 2024, werden bij haar ook tumoren verwijderd; die ervaring gaf haar juist erkenning dat klachten serieus genomen moeten worden.
In haar functie waakt Kalverboer dat kinderrechten in Nederland worden nageleefd. Ze adviseert politici en professionals gevraagd en ongevraagd en ontwikkelde een kinderrechtentoets die inmiddels veel wordt gebruikt. Recent nam de Eerste Kamer een motie aan die voorschrijft dat wetgeving rond jeugdhulp en jeugdzorg aan zo’n toets moet voldoen voordat die in werking treedt — een resultaat waar ze trots op is na jaren werk.
Kalverboer waarschuwt dat, ondanks verbeteringen voor veel kinderen, honderden duizenden kinderen in Nederland grote problemen kennen: naar schatting 8% groeit op met ruzie en huiselijk geweld, tussen 90.000 en 120.000 kinderen ervaren een of meer vormen van mishandeling, één op de 28 leeft in armoede en één op de 16 heeft geen eigen bed. Ongeveer 60.000 leerplichtige kinderen ontbreken structureel op school en ruim 420 gewortelde vluchtelingenkinderen wachten al langer dan vijf jaar op een verblijfsstatus, met negatieve effecten op hun ontwikkeling.
Ze bekritiseert het huidige beleid dat armoede vaak reduceert tot het verstrekken van spullen zoals fietsen of laptops. Volgens haar vereist echte verbetering structurele investeringen: aanpak van schulden, woonomstandigheden, gezondheidszorg en sociale netwerken, omdat armoede veel meer is dan alleen gebrek aan geld. Dat scheelt op termijn ook in kosten voor jeugdhulp.
Kalverboer benadrukt het belang van een stabiele opvoedingsbasis: vaste routines, aandacht en regelmaat geven kinderen veiligheid. Ze signaleert ook verwaarlozing in welgestelde gezinnen, waar druk en prestatiedrang — mede ingegeven door sociale media — tot grote stress bij jongeren leiden. Recente RIVM-cijfers (2025) tonen dat 43% van de jongeren zich vaak gestrest voelt. Ze pleit ervoor kinderen minder op te jagen en volwassenen meer pedagogische en sociologische kennis te laten meenemen in hun beleid.
Daarnaast wil ze dat het zicht op het leven van kinderen terugkeert: vaker huisbezoeken door leerkrachten en een cultuur waarin mensen elkaar durven aanspreken op zorgwekkend opvoedgedrag. Kinderen zeggen niet snel wat er echt speelt — deels om ouders te beschermen — dus meldingen en signalen moeten serieus worden opgevolgd en gekoppeld aan ondersteunende hulp in plaats van alleen controle.
Kalverboers achtergrond (orthopedagogiek, rechten en een kunstopleiding) beïnvloedt haar werkwijze: ze gebruikt creativiteit om met kinderen te praten, zoals tekeningen van ideale taxi’s bij onderzoek naar leerlingenvervoer of praatplaten in het bevingsgebied van Groningen. Dat helpt kinderen zich gehoord te voelen en maakt vaak zichtbaar dat hun ervaringen niet normaal zijn. Haar centrale boodschap: investeer structureel in kinderen en luister echt naar wat zij te vertellen hebben.