Klimaatjurist: 'Rechtvaardigheidsgevoel zit in iedereen, je moet jezelf verdoven om het niet te voelen'
In dit artikel:
In maart 2015 werd Vanuatu, een eilandengroep in de Stille Oceaan met circa 330.000 inwoners, door cycloon Pam verwoest: bomen knakten, 70% van de bebouwing raakte beschadigd, stroom- en watervoorziening vielen uit en oogsten gingen verloren. Voor veel bewoners was dit geen geïsoleerd drama maar het moment waarop duidelijk werd dat klimaatverandering hun voortbestaan op de eilanden rechtstreeks bedreigt. Drie dagen voor Pam arriveerde daar de Nederlandse klimaatjurist Margaretha Wewerinke‑Singh om op de University of the South Pacific een programma voor milieu‑ en klimaatrecht op te zetten. Haar studenten bedachten het idee om bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) juridische erkenning te zoeken voor staatszorgen rond klimaatschade; sindsdien is Wewerinke‑Singh één van Vanuatus belangrijkste juridische adviseurs in die strijd.
Dit voorjaar gaf het Internationaal Gerechtshof in Den Haag in een advies een doorbraak: staten hebben niet alleen een morele, maar ook een juridische plicht om klimaatverandering te bestrijden en de opwarming te beperken tot 1,5 graad. Het Hof formuleerde daarnaast dat landen die tekortschieten aansprakelijk kunnen worden gehouden voor klimaatschade en zelfs herstelbetalingen kunnen worden verplicht. Een opmerkelijke toevoeging is de uitspraak dat mensen wiens recht op leven door klimaatverandering in gevaar komt, niet mogen worden teruggestuurd naar het land van herkomst — een belangrijke uitspraak in het debat rond klimaatvluchtelingen.
Wewerinke‑Singh (40) leefde en werkte jarenlang in de regio en koos bewust voor Vanuatu boven een carrièreplek in Leiden. Haar academische achtergrond — ze promoveerde op staatsaansprakelijkheid vanuit een mensenrechtenperspectief — en haar ervaring met onderwijs in landen als Oeganda en India leidden ertoe dat ze zich vastbeet in de koppeling tussen mensenrechten en klimaat. In Vanuatu zag ze hoe anders het klimaatvraagstuk daar werd beleefd: existentieel, niet abstract. Dat gevoel en de energie van studenten waren doorslaggevend voor haar inzet.
De ICJ‑adviestekst beschouwt Wewerinke‑Singh als een juridische mijlpaal: de 1,5‑graadnorm wordt als absolute limiet gepositioneerd, waardoor beleid dat langere doelstellingen van twee graden blijft hanteren juridisch problematischer wordt. Dat beperkt volgens haar de manoeuvreerruimte van grote vervuilers in internationale onderhandelingen en versterkt de druk op geïndustrialiseerde landen om zowel ambitieuzere reductiedoelen te tonen als eerlijker te delen in financiering en technologieoverdracht naar de meest aangevallen landen.
Voor Wewerinke‑Singh begint het werk nu pas echt: de uitspraak moet operationeel worden gemaakt. Ze werkt aan strategieën voor een nieuwe klimaatresolutie en voorbereiding op de klimaattop later dit jaar in Brazilië, en overlegt met vertegenwoordigers uit Latijns‑Amerika en Azië over de toepassing van het advies. Studenten spelen een actieve rol; ze leveren concrete adviezen aan het consulaat van Vanuatu over hoe de uitspraak in bilaterale gesprekken met landen als Nederland kan worden gebruikt. Die praktijkgerichte aanpak geeft jongeren de ervaring om recht als instrument voor maatschappelijke verandering te benutten, iets waar Wewerinke‑Singh veel waarde aan hecht.
Persoonlijk komt Wewerinke‑Singh uit Uithuizen (Groningen). Opgegroeid in een gezin met een winkel en een lerares als ouders, omschrijft ze haar drijfveer eerder als bezieling dan als missionair vuur. Ze noemt een diepe onvrede over onrechtvaardigheid en zet zich in vanuit een gevoel van verantwoordelijkheid: Nederland, zo zegt ze, heeft wereldwijd schade veroorzaakt en heeft daardoor extra plicht om bij te dragen aan herstel en rechtvaardige oplossingen — niet alleen via emissiereductie maar ook via financiering en technologieoverdracht.
Hoewel ze in internationale juridische kringen achter de schermen veel waardering krijgt — ze wordt wel de motor achter de Vanuatu‑zaak genoemd — zoekt ze niet de publieke roem. Haar focus ligt op concrete resultaten voor de kwetsbaarsten: het voorkomen dat mensen worden teruggestuurd naar onleefbare gebieden, het afdwingen van aansprakelijkheid en herstel en het versterken van juridische en politieke instrumenten die kleine eilandstaten en andere kwetsbare groepen echt helpen.
De uitspraak van het ICJ verandert het juridische landschap rond klimaatrecht: het biedt aanknopingspunten om staten aansprakelijk te houden en verplaatst debat van morele naar juridisch afdwingbare verplichtingen. Voor Vanuatu en juristen als Wewerinke‑Singh is dat een kans om internationale politiek, nationale beleidmakers en jongeren te mobiliseren en te vertalen naar praktische stappen — van nieuwe resoluties tot concrete diplomatieke en juridische acties — om de gevolgen van klimaatverandering te beperken en rechtvaardiger te verdelen.
Vandaag Inside: Nieuwe versie van De Lama's krijgt Johan Derksen niet aan het lachen: 'Een grote aanfluiting!'