Knauw voor pensioenopbouw van miljoenen Nederlanders door oorlog en rente
In dit artikel:
De grote Nederlandse pensioenfondsen die per 1 januari zijn overgestapt op het nieuwe pensioenstelsel — PFZW (zorg), PMT (metaal) en bpfBOUW (bouw) — zagen in het eerste kwartaal hun opgebouwde pensioenen onder druk komen te staan door de oorlog in het Midden-Oosten en de daling van de rente. Omdat het nieuwe stelsel pensioenen sterker koppelt aan de financiële markten, vertaalde die onrust zich direct in lagere waarderingen, terwijl tegelijk de kostprijs van toekomstige uitkeringen steeg door de lagere rente.
Over het hele kwartaal behaalden de fondsen nog wel kleine rendementen, maar voor specifieke groepen zijn de effecten scherp: bij PMT kromp het opgebouwde pensioen voor een 35‑jarige met meer dan 16 procent, terwijl bij een 65‑jarige de afname beperkt bleef tot minder dan 2 procent. bpfBOUW meldt voor deelnemers vlak voor pensionering een daling van circa 2 procent. PFZW waarschuwt dat forse verhogingen voorlopig onwaarschijnlijk zijn omdat beleggingsresultaten künftig over meerdere jaren worden uitgesmeerd.
PMT rekent voorlopig uit dat ingegane pensioenen per 1 januari volgend jaar met ongeveer 0,4 procent verlaagd zouden moeten worden, maar wil die min met een kleine inzet van de solidariteitsreserve opvangen, waardoor uitkeringen gelijk blijven — een ontwikkeling die het fonds als een "momentopname" bestempelt. Definitieve gevolgen voor pensioenen in 2027 worden pas bepaald aan de hand van de cijfers per eind september. De fondsen geven aan voldoende buffers te hebben om onmiddellijke kortingen voor gepensioneerden te vermijden.