Kunnen we zonder wapens vrede bereiken, vraagt theatergroep De Warme Winkel
In dit artikel:
Theatergroep De Warme Winkel toert tot eind mei door Nederland en België met Gundhi, een voorstelling die pacifisme en de hedendaagse verleiding tot bewapening onderzoekt. Oprichter, regisseur en acteur Vincent Rietveld staat mee op het podium en gebruikt het stuk als tegenwicht in tijden waarin steeds meer landen hun defensiebudgetten opvoeren na de Russische inval in Oekraïne. Rietveld waarschuwt dat geweldloosheid niet onderschat moet worden en plaatst die optie tegenover de groeiende neiging om wapens als enige oplossing te zien.
De voorstelling opent als een bijna religieus ritueel: acteurs zingen herhaaldelijk een mantra in een gedempte, rituele sfeer en beelden van Gandhi verschijnen op een scherm. Die serene scènes worden telkens ruw verstoord door het geluid en de aanwezigheid van machinegeweren. Scenografisch beweegt Gundhi tussen een yogaruimte en een verbeelde woning van Gandhi; acteurs wisselen naaktheid, trainingspakken en camouflage af, het podium is gevuld met pastelkleurige zitballen en een mix van wierook en oorlogsgeweld bepaalt de atmosfeer.
Dramatisch bouwt het stuk op tegenstellingen. Een gewapende yogagroep integreert kalasjnikovs in hun oefeningen en zoekt nieuwe ‘helden voor de vrede’. Tegelijk wordt een incarnatie van Gandhi kritisch bevraagd over historische controverses — onder meer zijn brief aan Hitler en zijn omgang met een nietje — waarna Rietveld vanuit het publiek fel ingrijpt om Gandhi te verdedigen. Het debat in het stuk spitst zich toe op praktische en morele vragen: is geweldloos verzet reëel in een wereld van militaire macht en lucratieve wapenhandel? En leidt massale solidariteit niet ook tot het verbergen van individuele verantwoordelijkheid, met pogroms of mob violence als mogelijk gevolg?
Het idee voor Gundhi ontstond in 2022, tijdens De Warme Winkels voorstelling in Bochum, te midden van Duitse discussies over veiligheidsbeleid na de inval in Oekraïne. In het stuk klinkt kritiek op defensie-uitgaven (een genoemd cijfer van 5% van het bbp) en op de afhankelijkheid van westerse technologische macht: oorlog is geld, klinkt het. Tegelijk toont de voorstelling utopische visioenen van een massale, gewelddadeloze beweging die fronten oplost, maar plaatst die visies steeds tegenover duistere, realistische scenario’s waarin het ‘wij’ het ‘ik’ opslokt en verantwoordelijkheid verdwijnt.
Uiteindelijk pleit Gundhi niet voor simpele antwoorden maar voor radicale empathie: echte vrede begint met het kunnen voelen van de pijn van de ander. De voorstelling eindigt zoals ze begon — mantra’s en wierook — maar met de voortdurende echo van ratelende geweren als waarschuwing dat idealen en werkelijkheid elkaar blijven raken.