Kunst als tegengeluid op de Biënnale van Venetië

vrijdag, 29 mei 2026 (07:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

De 60e Biënnale van Venetië presenteert zich dit jaar als een ingetogen, bedachtzame manifestatie onder de titel In Minor Keys: een curatorenvisie van de Kameroens-Zwitserse Koyo Kouoh, die vorig jaar overleed en wiens plan door een team is afgemaakt. Kouoh wilde de tentoonstelling laten resoneren met lagere, subtielere tonen: een tegengewicht voor de heersende obsessie met economische groei, macht en instrumentele exploitatie van gemeenschappen en ecosystemen. In plaats van grootse geopolitieke verhalen staat veel werk in Venetië dicht bij het persoonlijke en het lokale: onderwerpen als moederschap, identiteit, verlies, trauma en rouw domineren.

De hoofdtentoonstelling is verspreid over de Arsenale en het Centrale Paviljoen in de Giardini. Die opzet levert zowel indrukwekkende als teleurstellende ervaringen op. Kritiekpunten zijn vooral de rommelige presentatie en het ontbreken van een duidelijke rode draad: werken zijn weinig thematisch gerangschikt, waardoor bezoekers soms op een schattenjacht zonder leidraad belanden. Veel video’s zijn langdradig en enkele installaties voelen saai in hun soberheid. Toch bevat de tentoonstelling opvallende hoogtepunten die de ingetogen toon overtuigend maken.

Sterke vermeldingen zijn onder meer:
- Seyni Awa Camara (Senegal): reusachtige terracotta hybridische sculpturen, figuren waaruit talrijke kinderen lijken te groeien—ontstaan vanuit haar persoonlijke geschiedenis met onvruchtbaarheid en relatie-ervaringen.
- Daniel Lind-Ramos (Puerto Rico): kleurrijke mythische figuren opgebouwd uit gevonden en geschonken objecten; het gemeenschapsaspect is fundamenteel in zijn praktijk.
- Kaloki Nyamai (Kenia): enorme samengestikte doeken over politiek geweld, met zichtbare naaisteken als metafoor voor herstel en verbinding; de grootste werken hangen in de ruime Arsenale.
- Guadalupe Maravilla: monumentale thronen die als altaar en instrument functioneren; werk over migratie en ziekte.
- Theo Eshetu: de installatie Garden of the Broken Hearted met een oude olijfboom op een roterend plateau die tijdens de tentoonstelling langzaam zou sterven, een krachtig commentaar op sterfelijkheid en rouw.
- Alfredo Jaar: The End of the World, een sober, kathedraalachtig rood verlichte ruimte met een onder stolp geplaatste kubus van zeldzame metalen — een sprekende kritiek op de nietsontziende winning van grondstoffen.

Waar de hoofdtentoonstelling meer contemplatief is, bieden veel landenpaviljoens juist visueel vuurwerk en soms humor. De nationale inzendingen fungeren als tegenwicht: van absurde, grappige concepten tot stevig provoserende performances. Bijna honderd landen doen mee; de Biënnale wordt vaak vergeleken met de Olympische Spelen van de kunst. De jury voor de Gouden Leeuw stapte echter vóór de opening op, uit onvrede over de deelname van Rusland en Israël — kwesties die werden gezien als potentieel artwashing. Daardoor wordt nu een publieksprijs toegekend.

De omstreden paviljoens trokken veel aandacht, maar misten artistieke impact volgens de recensent: het (gesloten) Russische paviljoen gebruikte snijbloemen als kritiek op commercialisering; het Israëlische paviljoen toonde een donkere vijver; het Amerikaanse paviljoen bood generieke sculpturen die weinig indruk maakten. Tegelijkertijd leverden andere nationale inzendingen sterke en verrassende werken op: Japan nodigt bezoekers uit om vijf kilo babypoppen te tillen; Denemarken toont een ironische video over porno en vruchtbaarheid; Malta smelt een Russell Crowe van chocolade; Luxemburg gebruikt een pratende drol om over schaamte te laten nadenken.

Twee performances springen eruit. De Nederlandse kunstenaar Dries Verhoeven liet toeschouwers een halfuur opgesloten zitten in een vervallen fort-installatie, waar een doorgedraaide bezoekster op schreeuwende wijze de vrijblijvende betrokkenheid van Biënnale-bezoekers en de evenementiële comfortzone aan de kaak stelt. Zijn werk is een directe aanklacht tegen de veilige afstand waarmee wereldleed vaak wordt geconsumeerd. De meest besproken inzending is Seaworld Venice van de Oostenrijkse choreograaf Florentina Holzinger: schokkende beelden rond naakte performers in met water gevulde tanks, een bel-monument en een publiekstrekker die onze omgang met water en publieke hygiëne confronteert.

Een gemis in de expositie is de relatieve afwezigheid van expliciete reflecties op actuele grote vraagstukken zoals de opkomst van extreemrechts, lopende oorlogen of de maatschappelijke impact van AI; die brandende thema’s lijken grotendeels buiten de curatoriële focus gehouden. Desondanks toont de Biënnale dat ingetogenheid impact kan hebben wanneer het goed wordt ingezet, maar dat soberheid ook snel in eentonigheid kan vervallen. De tentoonstelling loopt tot 22 november en laat een verdeeld beeld achter: sterke, gemeenschapsgerichte kunst en enkele indrukwekkende installaties tegenover een overvolle, weinig coherente hoofdtentoonstelling.