Langere zomers vergroten de kans op westnijlinfecties
In dit artikel:
In Nederland zijn inmiddels negen mensen besmet geraakt met het westnijlvirus; één patiënt is overleden. Volgens viroloog Marion Koopmans van het Erasmus MC zijn er waarschijnlijk enkele honderden infecties, omdat ongeveer vier op de vijf besmette mensen geen klachten krijgen. Bij circa 19 procent blijven de symptomen mild, zoals koorts en hoofd-, spier- of buikpijn. Ongeveer één op de honderd patiënten ontwikkelt een ernstige infectie van de hersenen of het zenuwstelsel, die langdurige gevolgen kan hebben.
De besmettingen zijn vastgesteld in Noord-Brabant, Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland. De eerste Nederlandse besmetting werd op 17 augustus ontdekt bij een bloeddonor met milde klachten, die niet recent in het buitenland was geweest. Het virus verspreidt zich via de gewone huissteekmug, die het oppikt door besmette vogels en vervolgens aan mensen overdraagt. Mens-op-mensbesmetting, zoals bij covid-19, speelt hierbij geen rol.
Warmere en langere zomers maken Nederland geschikter voor tijdelijke viruscirculatie. Bij hogere temperaturen vermenigvuldigt het virus zich sneller in muggen, leven die langer, planten ze zich sneller voort en beginnen ze eerder aan het seizoen. Volgens muggenonderzoeker Bart Knols lijkt het virus zich inmiddels blijvend in Nederlandse vogelpopulaties te handhaven, ook onder vogels die hier het hele jaar leven. Waar het precies voorkomt, is nog onzeker omdat daarvoor grote aantallen vogels moeten worden onderzocht.
Koopmans verwacht geen ontwrichting van de Nederlandse zorg. Wel kunnen in uitzonderlijk warme jaren tientallen tot honderden ernstige gevallen ontstaan, zoals eerder in Noord-Italië is gezien.
Vandaag Inside: Johan Derksen over bizarre afstandsbediening: ‘Ik heb ervoor model gestaan’