Margriet Schavemaker: 'Ik wil vaak zo ontzettend graag iets, dat ik niet wil horen dat het niet kan'
In dit artikel:
Margriet Schavemaker, sinds juni 2024 directeur van het Kunstmuseum Den Haag, wil het museum toegankelijker, inclusiever en maatschappelijker maken. Ze kent het gebouw al sinds haar jeugd: vanuit Zoetermeer bezocht ze het vaak en daar ontstond haar liefde voor kunst, vooral voor Mondriaan. Nu leidt ze de instelling met grote energie en ambitieuze plannen.
Een van de hoogtepunten wordt een bijzondere Mondriaantentoonstelling. Victory Boogie Woogie, het kwetsbare en onvoltooide laatste werk van de kunstenaar, mag na twee jaar onderzoek en onder strenge voorwaarden naar het Museum of Modern Art in New York. Daar wordt het tijdelijk samengebracht met Broadway Boogie Woogie. Van maart tot eind juli zijn beide schilderijen in New York te zien; vanaf september verhuist de tentoonstelling naar Den Haag. In Nederland werden de werken slechts eenmaal eerder samen getoond, in 1946. De expositie belicht ook de Amerikaanse context waarin Mondriaan werkte nadat hij voor de nazi’s uit Europa was gevlucht, en de invloed van boogiewoogiemuziek, die haar oorsprong heeft in de slavernij.
Schavemaker drukte vanaf haar aantreden snel haar stempel op het museum. Openingsfeesten werden openbaar in plaats van uitsluitend voor genodigden, omdat een publiek instituut volgens haar zo veel mogelijk inwoners moet vertegenwoordigen. In Den Haag heeft 58 procent van de bevolking een migratieachtergrond. Ze wil daarom ruimte bieden aan meerdere perspectieven en maatschappelijke discussies niet uit de weg gaan.
De ongelijke positie van vrouwen in de kunstwereld is een belangrijk onderdeel van haar beleid. Van de circa 170.000 objecten in de collectie is vermoedelijk minder dan 10 procent van vrouwelijke kunstenaars; bovendien waren de vier monumentale muurschilderingen in de trappenhuizen door mannen gemaakt. Schavemaker liet drie trappenhuizen aan vrouwelijke kunstenaars geven. Eerder gemaakte schilderingen zijn niet vernietigd: twee zijn afgedekt met een beschermlaag en kunnen worden teruggebracht. De beslissing leidde tot kritiek, maar volgens Schavemaker was de ingreep nodig om de historische scheefgroei zichtbaar te maken.
Ze wil ook de vergeten bijdragen van vrouwen aan de geschiedenis van het museum vastleggen. Zo wijst ze op oud-directeur Victorine Hefting, die het museum door de oorlog loodste maar in 1950 vanwege haar huwelijk volgens de toenmalige wet werd ontslagen. Ook zakelijk directeur Ida Peelen en vrouwelijke verzamelaars kregen volgens haar te weinig erkenning. Een boek hierover staat gepland voor 2029.
Schavemaker zegt zelf pas geleidelijk te hebben ingezien dat Nederland niet zo gendergelijk is als ze vroeger dacht. Haar moeder mocht vroeger niet doorleren, terwijl Schavemaker en haar zus volgens hun vader alle kansen zouden krijgen. Tijdens haar promotie ervoer ze zelf hoe zwangerschap en moederschap als belemmering werden behandeld. Later ontdekte ze dat kunstenaar Jacqueline de Jong ten onrechte buiten een symposium over labyrintische tentoonstellingen was gehouden. Die ervaring leidde tot een overzichtstentoonstelling waarmee De Jong haar plaats in de kunstcanon kon terugkrijgen.
Voor haar directeurschap werkte Schavemaker onder meer als artistiek directeur van het Amsterdam Museum. Daar initieerde ze projecten over koloniale en nationale geschiedenis, waaronder een meerstemmige tentoonstelling over de Gouden Koets en een ode aan Amsterdamse vrouwen. Ze vindt dat musea zich in het maatschappelijk debat mogen mengen, al erkent ze dat vernieuwingsdrang kwetsbaar maakt. Haar grootste bestuurlijke uitdaging is volgens haar de balans tussen daadkracht en draagvlak, zeker in een sector waarin vrouwelijke bestuurders geregeld verantwoordelijk worden gehouden voor ingrijpende veranderingen.
Naast inhoudelijke vernieuwing werkt ze aan de verduurzaming en renovatie van het door Berlage ontworpen museum. Ze lobbyde daarvoor bij de Haagse gemeenteraad; in het nieuwe coalitieakkoord heeft de renovatie prioriteit en krijgt die financiële steun. Waarschijnlijk sluit het museum rond 2030 enkele jaren. Tot die tijd staan nog grote projecten gepland, waaronder een tentoonstelling over Delfts blauw, die in november opent. Het museum bezit daarvan de grootste collectie ter wereld en toont ook bijzondere bruiklenen, zoals de inhuldigingsjurk van koningin Máxima.
Schavemaker presenteert daarnaast tot 2027 het televisieprogramma Nu te zien. Hoewel ze zichzelf hyperactief noemt en voortdurend nieuwe ideeën heeft, probeert ze na een periode van ziekte en overbelasting meer balans te vinden. Ze verhuisde van Amsterdam naar Den Haag, woont nu dichtbij het museum en besteedt tijd aan haar man, vrienden, lezen, yoga en krachttraining. Haar energie blijft ze ook inzetten voor programma’s voor jongeren, zoals KM@Night, met dans, schilderen en mode in het museum.
Vandaag Inside: Rob Jetten laat zich voor het eerst uit over stortvloed aan reacties op babynieuws