Militair en hoogleraar Martijn Kitzen: 'Het helpt dat ik geen groot ego heb'
In dit artikel:
Martijn Kitzen is een van de weinigen in Nederland die oorlog niet alleen heeft meegemaakt als militair, maar die die ervaring ook wetenschappelijk heeft onderzocht en nu veel in het publieke debat doet. In zijn aankomende boek De terugkeer van oorlog stelt hij dat Nederlanders te weinig beseffen wat geopolitieke verschuivingen concreet voor ons leven en veiligheid betekenen.
Kitzen wijt dat gebrek aan bewustzijn aan decennia van vrede en het verdwijnen van massale dienstplicht: samenleving en krijgsmacht zijn uit elkaar gegroeid. Daardoor denken veel mensen nog steeds dat oorlog iets van elders is en verwachten ze dat de westerse levensstandaard vanzelf blijft bestaan. Volgens hem maken signalen als de annexatie van de Krim, het neerhalen van vlucht MH17, de groei van Chinese invloed in Afrika en de terugtrekking van de VS uit Afghanistan duidelijk dat die veronderstelling gevaarlijk optimistisch is. Zo’n tunnelvisie vermindert kennis, voorbereiding en politieke draagkracht en vergroot de kwetsbaarheid van Nederland en Europa.
Een belangrijk doel van Kitzen is oorlog voorstelbaar en invoelbaar te maken, niet door sensatie maar door concrete voorbeelden en persoonlijke observaties. Hij benadrukt dat oorlog niet alleen draait om tanks en frontlinies: het gaat ook om macht, invloed en de kwetsbaarheid van logistieke ketens. Als illustratie vertelt hij over een reis in de Sahel, waar hij onderweg met Amerikaanse special forces moest reizen door een zandstorm en opvallend veel Chinese infrastructuur zag. Dat maakte voor hem tastbaar hoeveel terrein het Westen in twintig jaar heeft prijsgegeven.
Kitzen pleit er niet per se voor dat iedereen in uniform moet, maar wel voor een bredere bereidheid tot bijdragen: zorgpersoneel, logistiek, technologische weerbaarheid en een open discussie over kernwapens kunnen allemaal onderdeel zijn van voorbereidende maatregelen. Hij waarschuwt dat het handhaven van maximale individuele vrijheid en consumptiepatronen — goedkope vakanties, onbegrensde mobiliteit, altijd beschikbare smartphones en lage prijzen dankzij globale productieketens — afhankelijk is van geopolitieke stabiliteit. Als die wegvalt, kunnen offers en aanpassingen onvermijdelijk blijken.
Als academisch onderzoeker en voormalig officier hanteert Kitzen een terughoudende manier van delen: details, namen en operationele data laat hij vaak buiten beschouwing om veiligheid niet in gevaar te brengen. Die voorzichtigheid maakt zijn analyses sober en gericht op het grotere plaatje. Hij combineert die blik met praktische adviezen; een voorbeeld hiervan is zijn pleidooi voor vroege, kleinschalige en zichtbare militaire aanwezigheid in potentiële conflictgebieden (de zogenoemde Early Forward Presence) om lokale dynamieken beter te leren kennen en te beïnvloeden.
Persoonlijk werd Kitzen gegrepen door gebeurtenissen als de Rwandese genocide en Srebrenica, wat hem op jonge leeftijd naar Defensie bracht en uiteindelijk tot een loopbaan als pelotonscommandant bij VN-missies leidde. Hij noemt zichzelf geen macho-officier: leiderschap moet volgens hem gepaard gaan met bescheidenheid, samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. Die opvatting veroorzaakte ook keuzes als het afslaan van een hoge functie bij de Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan toen hij net vader was.
Kitzen ziet het ook als taak van Europa om desinformatie en verdraaiingen tegen te gaan — niet door propaganda, maar door helder uit te leggen waar het voor staat en waarom steun aan landen als Oekraïne plaatsvindt. Hij pleit voor zogenaamde strategische empathie: begrijpen welk verhaal tegenstanders zichzelf vertellen om hun acties te doorgronden en te kunnen weerleggen.
Kort samengevat: Kitzen waarschuwt dat Nederland te weinig beseft wat oorlog vandaag betekent en welke offers dat kan vergen. Zijn inzet is tweeledig: het publiek meer kennis en verbeelding geven van oorlogsrealiteit, en beleidsmakers aansporen tot praktische voorbereiding — zowel militair als societaal. Zijn ervaring als militair, onderzoeker en adviseur geeft hem een zeldzaam perspectief, maar tegelijk blijft hij voorzichtig met details en benadrukt hij dat persoonlijke ervaring slechts één onderdeel van een breder kennisveld is.