Modeontwerper Claes Iversen: 'Ik begon naïef, niet gehinderd door iets'

dinsdag, 1 september 2026 (08:34) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Claes Iversen begon in 1998 in Nederland aan zijn droom om modeontwerper te worden. De in Denemarken geboren ontwerper volgde zijn zus naar Nederland en studeerde uiteindelijk aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, nadat hij niet was toegelaten tot de Rietveld Academie. Zijn afstudeershow in 2006 vormde het officiële begin van zijn carrière.

Iversen bouwde daarna gestaag aan zijn eigen label. Hij presenteerde collecties tijdens de Amsterdam Fashion Week, showde eenmaal in Parijs en kleedde onder anderen koningin Máxima en Ilse DeLange. Toch bleek een modebedrijf financieel en praktisch zwaar. De kosten waren hoog, inkomsten onzeker en het creëren van voldoende verkoopvolume voor zijn prêt-à-portercollectie lukte moeilijk. Van zijn eerste collectie bleef bovendien bijna niets over nadat zijn opslag in 2009 was afgebrand. Aanvankelijk wilde hij alles opnieuw maken, maar hij besloot uiteindelijk vooruit te kijken.

Die houding ontwikkelde zich door de jaren heen. Als jonge ontwerper had Iversen moeite met negatieve recensies en tegenslagen; inmiddels ziet hij kritiek als een onvermijdelijk onderdeel van het vak. Ook de modewereld zelf veranderde. Volgens hem is het voor jonge ontwerpers moeilijker geworden om een merk op te bouwen en is hij de enige uit zijn afstudeerklas met een eigen label. Sociale media hebben de aandacht versneld en vluchtiger gemaakt. Niet alleen de collectie, maar ook de gasten op de eerste rij en de online zichtbaarheid bepalen tegenwoordig het succes van een merk.

De voortdurende druk van deadlines, spreadsheets en nieuwe collecties maakte Iversen uiteindelijk ongelukkig. Hij werkte lange dagen en gebruikte alcohol als manier om te ontspannen en daarna verder te werken. Hij stopte rigoureus met drinken, ging hardlopen en krachttrainen en zocht hulp bij een psycholoog. Daardoor leerde hij milder voor zichzelf te zijn en besefte hij dat zijn creativiteit niet afhankelijk was van alcohol.

Iversen beëindigde zijn prêt-à-porteractiviteiten en richtte zich opnieuw op zijn couturelijn en op andere vormen van ontwerp. Hij maakt onder meer wand- en vloerkleden, hotelinterieurs en bedrijfskleding voor organisaties als Vondel Hotels, Nationale Opera & Ballet, Rosewood en het Nederlands Kamerkoor. Ook ontwierp hij het Oranjevaasje van Royal Leerdam Crystal ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijk van koning Willem-Alexander en koningin Máxima en het honderdjarig bestaan van de glasblazerij. Zijn bruidslijn, die in 2021 werd gelanceerd, presteert goed en het bedrijf groeit volgens hem stabiel, al is het geen miljoenenonderneming.

In mei presenteerde hij in zijn nieuwe Amsterdamse atelier een collectie zonder traditionele modeshow. In plaats daarvan liet hij een film zien waarin Loiza Lamers, Anna Drijver en Patty Brard zijn ontwerpen droegen. Iversen kiest naar eigen zeggen liever voor mensen met karakter dan uitsluitend voor bekende topmodellen. Hoewel hij Instagram gebruikt en sinds kort TikTok verkent, wil hij niet meedoen aan de voortdurende ‘hypestorm’ van grote modehuizen. Hij blijft vooral ontwerpen vanuit liefde voor het ambacht.

Buiten zijn werk zoekt Iversen rust in Portugal, waar hij met zijn partner een huis bezit, en in de natuur. Op zijn Amsterdamse balkon verzorgt hij ongeveer dertig bonsaibomen. De Japanse techniek, waarin controle en natuurlijke balans samenkomen, past volgens hem bij zijn eigen perfectionistische karakter. Hij is queer en heeft het gemis van een eigen gezin leren aanvaarden door er voor familie en anderen te zijn; over zijn prille relatie wil hij weinig kwijt.

De droom van Parijs is niet verdwenen, maar heeft voor hem minder absolute betekenis gekregen. Iversen sluit een nieuwe show daar niet uit, maar vindt het belangrijker dat hij gelukkig is en zijn bedrijf gezond blijft. Zijn oorspronkelijke stip op de horizon mag volgens hem ook van richting veranderen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Openhartige Merel Ek: 'Dat laat zien hoe belangrijk bevolkingsonderzoeken naar kanker zijn'