Moet de dienstplicht afgestoft worden?
In dit artikel:
De gewijzigde geopolitieke realiteit — concreet zichtbaar sinds de Russische inval in Oekraïne — dwingt Nederland om de rol en gereedheid van zijn krijgsmacht opnieuw te wegen. Steven Everts (directeur van het EU-instituut voor veiligheidsstudies) en Jean Debie (voorzitter van vakbond VBM en oud-artillerist) tekenen een vergelijkbaar beeld: er is structureel opgeschaald beleid en meer betrokkenheid van jongeren nodig. Over tempo en aanpak verschillen ze echter van mening.
Centraal staat de vraag hoe Nederland snel schaalbare militaire capaciteit creëert. Debie pleit primair voor een professioneel leger en benadrukt dat in een echte oorlog de opkomstplicht alsnog zal worden geactiveerd. Hij wijst op de uitgeholde opleidingscapaciteit, het tekort aan trainers, wapens, kazernes en oefenlocaties en waarschuwt dat financiële inspanningen alleen niet volstaan als randvoorwaarden ontbreken. Everts bepleit juist een breed, flexibel systeem waarin naast gevechtskracht ook cyber, logistiek, IT en medische zorg meetellen. Hij ziet kansen in het leren van Scandinavische voorbeelden en het vergroten van vrijwillige dienstjaren en reservisten.
Enkele concrete feiten en verschillen:
- De opkomstplicht is sinds 1997 opgeschort, maar formeel nooit definitief afgeschaft; sinds 2020 ontvangen alle 17-jarigen een informerende brief.
- Het Nederlandse dienjaar is gebaseerd op het Zweedse model; er zijn circa 15.000 aanmeldingen voor de betaalde instapfunctie, maar slechts circa 1.000 plekken beschikbaar. Debie zou liefst 6.000 toelaten, vergelijkbaar met Zweden.
- Reservisten: Defensie heeft nu ruim 8.500 reservisten terwijl er in 2017 een ambitie van 20.000 was.
- Budget: recent is de defensiebegroting omhooggegaan en Nederland voldeed voor het eerst aan de 2%-norm; het perspectief is groei naar circa 3,5% voor defensie en 5% voor bredere veiligheid, maar extra middelen moeten effectief worden ingezet.
Belemmeringen zijn praktisch en juridisch: tekort aan opleiders en materiaal, beperkte oefen- en luchtvaartcapaciteit, trage aanpassingen door regels op milieu en arbeidstijden, en verouderde ICT-systemen. Debie pleit zelfs voor tijdelijke vrijstellingen van bepaalde regels om kazernes en infrastructuur sneller uit te bouwen. Everts roept op tot meer samenwerking met bedrijven en snelle uitwisseling met buurlanden die vergelijkbare opschalingsproblemen hebben opgelost.
Beide deskundigen vinden dat het debat over nationale verdediging breder en eerder moet plaatsvinden: in onderwijs, maatschappelijke fora en op de werkvloer. Ze adviseren jongerennetwerken aan dienstjaren te koppelen (toegang tot overheidsfuncties of carrièremogelijkheden) om deelname aantrekkelijker te maken, en wijzen op succesvolle praktijken in Finland en Zweden waar militarisering van cultuur en maatschappelijke betrokkenheid sterker verankerd zijn. Over één ding zijn ze het eens: ouderen moeten geen autoritaire lessen geven aan jongeren, maar wel bijdragen in faciliterende rollen zoals onderwijs, logistiek en maatschappelijke vorming.
Kortom: er is politieke wil en extra geld gekomen, maar het echte werk zit in het snel opbouwen van opleidingscapaciteit, materieel en een breed maatschappelijk draagvlak. Nederland kan leren van buurlanden en moet nu vaart maken om een weerbare en schaalbare defensieorganisatie te realiseren.