Musicalvedette Gerrie van der Klei: 'Ik dacht niet: dit blijf ik de rest van mijn leven doen'
In dit artikel:
Gerrie van der Klei (1945) woont nabij de Sloterkade in Amsterdam en ergert zich aan het woord “nog” omdat het haar reduceert tot iets ouds en afgeschrevens. De tachtigjarige musicalactrice is echter nog volop actief: tot afgelopen maart stond ze in Sister Act, het seizoen daarvoor speelde ze vele avonden in Murder on the Orient Express, en in november begint ze met de repetities voor de musical Foxtrot, waarvan de première op 18 januari is. In de nieuwe productie speelt ze Mathilde; in de oorspronkelijke versie van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink uit 1977 vertolkte zij destijds revuester Lisette.
Haar liefde voor podiumwerk begon vroeg. Op jonge leeftijd gaf ze gitaarconcerten in Arti et Amicitiae; thuis groeide ze op in een artistiek milieu (een beeldend kunstzinnige moeder en een vader met conservatoriumachtergrond). Ze volgde aanvankelijk professioneel ballet tot haar dertiende, schakelde daarna over op gitaar en zang en werd rond haar 21e door producent Ruud Jacobs ontdekt. Dat bracht optredens op radio en tournees met militairen en jazzformaties. Van der Klei zong onder meer in de bigband van Boy Edgar, met wie ze ook persoonlijk een relatie had; met die band reisde ze internationaal en zong zij onder andere in Carnegie Hall.
In de jaren vijftig/zestig trad ze met haar oudere zus Dorine op als het zangduo De Sissies; het duo raakte bekend in Europa met repertoire uit de jaren dertig en veertig en Brecht. Het succesvolle traject leverde roem maar ook familiale spanningen op: na haar besluit te stoppen met De Sissies verslechterde het contact met Dorine, die in februari overleed. Privé heeft Van der Klei meerdere relatie- en rouwervaringen: een jonge, ongelukkige eerste huwelijk met schrijver André Kuyten, daarna een relatie met Boy Edgar die vroeg stierf, en later een Duitse partner die ook jong overleed.
Carrièrehoogtepunten zijn talrijk: ruim vierhonderd vertoningen van Foxtrot, langdurige samenwerking met Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink, en werk als docent aan de Kleinkunstacademie en het Rotterdams Conservatorium. Ze werkte ook als model voor Mart Visser en nam deel aan internationale tournees. Van der Klei schetst het verschil tussen vroeger en nu: ooit repeteerde men zes tot acht weken per productie, nu is de repetitietijd vaak gehalveerd en heerst er sterke commerciële concurrentie. Ook beschrijft ze kwetsbare kanten van het vak; in 1977 herinnerde ze zich een regisseur die agressief en vernederend kon zijn — nu is er een vertrouwenspersoon bij producties.
Over ouder worden is ze nuchter maar betrokken: ze doet dagelijks oefeningen, tuiniert, maakt kruiswoordpuzzels en traint om teksten te onthouden — dat gaat iets minder snel dan vroeger, maar ze treedt nog regelmatig op. Van der Klei erkent eenmalig een black-out tijdens Sister Act, maar benadrukt dat fouten niet het einde betekenen. Ze geniet van het zingen en de interactie met publiek en collega’s; eind augustus of begin september staat ze opnieuw in DeLaMar met afstudeerders van internationale conservatoria, een formule die vorig jaar onverwacht succesvol bleek.
Kleine gewoonten en anekdotes geven kleur: ze drinkt dagelijks een glaasje whisky met ijs en rookt een sigaret; haar huis is gevuld met herinneringen aan Boy Edgar (onder meer zijn witte vleugel). Ze kan ook humeurig en scherp overkomen, maar houdt van ouwehoeren en verhalen vertellen op het podium. Hoewel ze somber is over de wereldpolitiek, blijft haar drijfveer helder: zolang ze gevraagd wordt en plezier heeft, blijft ze optreden — en nee, ze is volgens zichzelf nooit echt weg geweest.
Vandaag Inside: Gordon over De Toppers: ‘Dit verdien je per avond’