Nederlandse en Oekraïense dronebouwers gaan nauwer samenwerken
In dit artikel:
In Middelburg tekenden premier Rob Jetten (D66) en president Volodymyr Zelensky donderdag een verklaring om samen te werken bij de productie van drones en mogelijk ander militair materieel. Het kabinet maakt daarvoor 248 miljoen euro vrij; dat bedrag is bedoeld om onbemande luchtvaartuigen zowel in Nederland als in Oekraïne te produceren. Defensieminister Dilan Yesilgöz kondigde het geld aan na een overleg van de Ukraine Defence Contact Group, een samenwerkingsverband van 32 NAVO-landen plus 25 partners.
Zelensky was in Zeeland om de International Four Freedoms Award van de Roosevelt Foundation in ontvangst te nemen, een onderscheiding die hij alleen wilde ontvangen als die ook de Oekraïense bevolking betrof. Na de ceremonie sprak hij met Jetten en reisde hij mee naar Vlissingen, waar de leiders een Nederlandse mijnenjager bekeken die aan Oekraïne geschonken wordt. Die mijnenruimer moet helpen de Zwarte Zee vrij van mijnen te houden zodat scheepvaart — en daarmee de wereldwijde graanexport waarvoor Oekraïne cruciaal is — kan doorgaan.
De samenwerking tussen Nederlandse en Oekraïense bedrijven krijgt vorm in onder meer een overeenkomst tussen VDL Defentec en het Oekraïense Greentech Harvest (GTX). Jetten wees erop dat de Nederlandse industrie kan profiteren van Oekraïense expertise op het gebied van onbemande voertuigen.
De hulp aan Kiev brengt ook risico’s met zich mee. De Russische vicevoorzitter van de veiligheidsraad, Dmitri Medvedev, waarschuwde op X dat Moskou westerse bedrijven die Oekraïne steunen als doelwit ziet; de Nederlandse raket- en dronebouwer Destinus staat op een door Rusland genoemde lijst. Jetten liet weten zich niet te laten chanteren en benadrukte dat Nederland doorzet. Zelensky riep landen op geen aarzeling te tonen en vroeg voortdurende steun.
Zelensky bedankte Nederland voor militaire en financiële steun, maar maakte bovendien melding van zware Russische aanvallen die dezelfde dag vielen en slachtoffers maakten in Kyiv, Odesa en Dnipro. Hij pleitte opnieuw voor verantwoording van Russische oorlogsmisdadigers, ook na een wapenstilstand, en kreeg steun van Jetten voor het streven naar gerechtelijke afhandeling.