Neem je het familierestaurant over, dan erf je ook de risico's
In dit artikel:
Een bedrijfsleider in de Randstad dreigde onlangs de overname van het café van zijn ouders mis te lopen nadat een vrouwelijke klant aangifte deed van grensoverschrijdend gedrag. Hij had tijdens een avondje uit voor de grap haar pinpas door haar decolleté gehaald. De gemeente onderzocht daarop of hij nog voldeed aan de eis van ‘goed levensgedrag’, die geldt voor horecaondernemers.
Volgens horeca-advocaat Raoul Meester kunnen opvolgers in de horeca door privégedrag hun bedrijf in gevaar brengen. Elke nieuwe exploitant moet persoonlijke exploitatie- en alcoholvergunningen aanvragen. Boetes, rijden onder invloed of ander gedrag dat elders als een privékwestie geldt, kunnen daarbij leiden tot weigering van een vergunning. Bij twee boetes van meer dan 500 euro binnen vijf jaar kan dat al een probleem worden. Zonder vergunning kan een horecabedrijf niet verder.
Het risico is volgens Meester groter geworden door de Wet Bibob. Gemeenten kunnen daarmee niet alleen de ondernemer, maar ook financiers en zakenpartners toetsen om witwassen en criminele beïnvloeding te voorkomen. Vooral jonge opvolgers werken vaker met vrienden, investeringsgroepen of crowdfunding. Als geld uit een verdachte bron afkomstig is, kan dat de hele onderneming tijdens de vergunningprocedure besmetten. Koninklijke Horeca Nederland vindt de integriteitstoets noodzakelijk, maar waarschuwt dat gemeenten die soms te breed en zonder concrete aanleiding inzetten.
Bijna 40 procent van de horecabedrijven is een familiebedrijf. Volgens KHN-directeur Udo Delfgou is dat logisch omdat kinderen vaak opgroeien in de zaak. Toch is een overname complexer geworden. Horecacoach Roland Peijnenburg wijst op hogere personeels-, energie- en inkoopkosten, grotere regeldruk en lagere marges. De sector had in 2025 de hoogste faillissementsgraad van Nederland, terwijl slechts 58,9 procent van de in 2015 opgerichte horecabedrijven vijf jaar later nog bestond.
Een opvolger erft daardoor niet alleen een naam en klantenkring, maar ook strengere eisen, financiële druk en risico’s rond vergunningen en financiering. Meester en Peijnenburg benadrukken dat kandidaten daarom vooraf realistisch moeten beoordelen of zij geschikt zijn om het familiebedrijf voort te zetten.
Vandaag Inside: Xavi over spelers in Saudi-Arabië: 'We kijken naar de speler, niet de club of de competitie'