Nieuwe Box 3: zet Nederland zich internationaal compleet voor schut?

woensdag, 18 februari 2026 (09:03) - IEX.nl

In dit artikel:

Vanaf 1 januari 2028 wil de Nederlandse regering belasting heffen van 36% over het «werkelijke» rendement in box 3 — en dat omvat ook ongerealiseerde koerswinsten. De maatregel volgt op een Hoge Raad-uitspraak uit 2021 die het oude systeem, gebaseerd op een verondersteld rendement, ongrondwettelijk noemde omdat spaarders belast werden over opbrengsten die zij feitelijk niet hadden ontvangen. De Tweede Kamer heeft ingestemd; de Eerste Kamer moet nog beslissen.

Wat verandert concreet?
- Voor liquide beleggingen (aandelen, obligaties, fondsen, crypto enz.) wordt een vermogensaanwasbelasting ingevoerd: elk jaar wordt gekeken hoeveel uw vermogen is gestegen en dat verschil telt als belastbaar inkomen, ook als u niets heeft verkocht.
- Er geldt een jaarlijkse vrijstelling van €1.800 per belastingplichtige; daarna geldt een vast tarief van 36%.
- Verliesjaren leveren geen directe terugbetaling op, maar verliezen kunnen worden doorgeschoven en verrekend met toekomstige winsten.
- De wet wordt geëvalueerd binnen drie jaar na invoering.

Praktische gevolgen voor beleggers
- Belasting kan verschuldigd zijn zonder dat er daadwerkelijk geld op uw rekening is bijgeschreven. In sterke beursjaren kan dat tot aanzienlijke betalingen leiden, wat voor sommige particuliere beleggers betekent dat zij posities moeten verkopen om aan de belastingplicht te voldoen. Dat kan het vermogen structureel verminderen en het compounding-effect aantasten.
- Voorbeeld uit de tekst: een portefeuille die €60.000 stijgt leidt — na de vrijstelling — tot ruim €21.000 belastingachterstand. Een klein voorbeeld: €1.000 in zilver dat met 125% stijgt wordt €2.250; over de €1.250 winst is 36% verschuldigd, ook als de prijs daarna snel daalt.
- Wie een aanmerkelijk belang heeft (box 2) wordt anders behandeld: eerst vennootschapsbelasting, later pas box 2-heffing bij uitkering, waardoor timing en effectieve druk afwijken.

Waarom deze keuze en welke kritiek?
- Voorstanders vinden het eerlijker dan fictieve rendementen en waarderen dat belastinguitstel door niet te verkopen wordt tegengegaan. Voor de staat betekent het stabielere en voorspelbare inkomsten; na de Hoge Raad-uitspraak liep de schatkist verlies door herstelbetalingen en tijdelijke regelingen.
- Tegenstanders wijzen op onredelijke effecten van heffing over papieren winst, internationale afwijking (veel landen belasten vermogenswinst pas bij verkoop) en risico’s voor het vestigingsklimaat en particuliere vermogensopbouw. Er is inmiddels publieke verontwaardiging, onder meer een petitie die tienduizenden handtekeningen heeft verzameld.

Hoe nu verder?
- De Eerste Kamer beslist nog; beoogde ingangsdatum blijft 1 januari 2028. Beleggers wordt aangeraden nu al rekening te houden met de verandering: liquiditeit op peil houden, nadenken over fiscale structuren (bv’s kunnen relevant zijn, maar brengen eigen kosten en complexiteit mee) en mogelijke aanpassingen in beleggingsstrategie.
- De wet bevat een evaluatiemoment, waardoor aanpassingen mogelijk zijn na praktijkervaring.

Kort: het kabinet schiet rechtsherstel voor ogen door af te stappen van fictieve rendementen, maar kiest voor een systeem dat jaarlijks ongerealiseerde winsten belast — een ingrijpende wijziging met brede financiële en beleidsmatige gevolgen.