O, daar begint weer iemand te boren

maandag, 4 mei 2026 (12:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Ik woon al ruim vijfentwintig jaar op de derde verdieping van een jarendertigpand in een rustige straat in Amsterdam‑Zuid. Sinds de oorspronkelijke eigenaar overleed hebben zijn kinderen het complex aan een investeringsmaatschappij verkocht. Die partij liet appartementen uitkopen en verhandelen; de nieuwe eigenaren blijken massaal te renoveren en uit te breiden, vaak ingrijpend. Sindsdien duurt het in mijn huizenblok bijna onafgebroken weken- tot maandenlange verbouwingen: onder mij en zowel links als rechts worden etages omgebouwd, uitbouwen geplaatst en soms zelfs kelders aangelegd.

De verbouwingen zijn een mix van grote renovaties (andenken aan de oorspronkelijke kamer-en-suite-indeling verdwijnt), reparaties die mislopen en continu lawaai. Op Funda zijn de verkochte appartementen geprijsd tussen ongeveer 800.000 en ruim 1 miljoen euro; kennelijk betalen kopers over om in deze buurt een huis te bemachtigen, waarna ze de indeling ingrijpend aan laten passen — met name gezinnen die meer leefruimte willen zoeken vaak naar uitbouwen en open keukens. Om die aanpassingen te realiseren werken bouwploegen vaak lange dagen, ook in weekenden; veel van de arbeiders komen uit Polen, Bulgarije of Syrië en verblijven hier kort om zoveel mogelijk te verdienen. Dat leidt tot vroege begintijden, late avonden, harde radio’s, roken en doorwerkdagen waarop zelfs op zondag wordt geklust.

Als gevolg daarvan is er continu herrie: muren en plafonds worden gesloopt, granito vloeren gaan eruit, schuifpuien komen erin, stoppenkasten worden uitgebreid — wat regelmatig tot stroomonderbrekingen leidt — en tuintjes worden herschapen met lawaaiige machines zoals hogedrukreinigers en zaagmachines. De uitvoering verloopt niet altijd vakkundig; er zijn lekkages ontstaan, scheuren in muren en deuren die niet meer goed sluiten. Omdat veel voorzieningen in het blok met elkaar verbonden zijn, heeft een fout op één plek soms gevolgen voor meerdere woningen — denk aan maandenlange defecte portiekverlichting nadat ergens draden doorknipt werden. Juridische en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor dat soort schade is vaak onduidelijk en leidt tot slepende discussies tussen oude huurders, de resterende huisbaas en nieuwe eigenaren.

Voor mij persoonlijk is de impact groot. Ik werk thuis en de onvoorspelbaarheid van het lawaai maakt concentratie vrijwel onmogelijk; Zoom‑calls lopen spaak wanneer naast me een muur wordt weggehakt. Pogingen tot communiceren met bouwvakkers mislukten soms door taalbarrières: verzoeken om een uur rust tijdens een overleg werden niet altijd begrepen of opgevolgd, waarna ik noodgedwongen mijn laptop naar het trappenhuis moest verplaatsen. Na ruim twee jaar is mijn tolerantie op; ik ervaar overprikkeling en emotionele uitbarstingen — recent kreeg ik een paniekaanval toen ik door werkzaamheden drie dagen achtereen mijn eigen wc niet kon gebruiken omdat de standleiding werd vervangen.

Er vertrekken buren of zoeken tijdelijk elders onderdak; anderen kiezen ervoor definitief te verhuizen, murw van het voortdurende gesloop en geboor. Zelf kan ik dat niet; verhuizen is in de huidige markt lastig en ik zit dus vast. De schrijver suggereert een eenvoudige remedie voor nieuwbouwers: erken de overlast richting je omgeving — met een persoonlijk woord, een bloemetje of een fles wijn — om de relatie met buren te verbeteren en de negatieve spiraal van wantrouwen en geïsoleerde bewoners te doorbreken.

De bredere context is dat dit geen incidenteel verschijnsel is maar een structurele wisselwerking tussen woningmarkt, investeerders en woonwensen: kopers toetsen oude plattegronden af tegen hun moderne levensstijl, investeren in ingrijpende verbouwingen en verkopen later vaak weer door. Voor omwonenden betekent dat: een bijna permanente cyclus van sloop en herrie. Conclusie van de auteur: ik zal moeten leren leven met het feit dat dit nooit helemaal ophoudt.