Obligaties bieden het hoogste aanvangsrendement in zeventien jaar
In dit artikel:
Obligaties zijn volgens Richard Abma, CIO van OHV Vermogensbeheer en portefeuillemanager van het Fresh Fixed Income Fund, aantrekkelijker geworden doordat de rente de afgelopen jaren sterk is opgelopen. Het fonds heeft momenteel een netto aanvangsrendement van ongeveer 5,3% per jaar en een duratie van circa vijf jaar. Volgens de historische vergelijking van OHV is dat het hoogste instapniveau in zeventien jaar.
De aanvangsyield geeft het verwachte rendement weer wanneer obligaties tot de einddatum worden aangehouden en de uitgever alle rente en aflossingen betaalt. Bij het fonds bestaat die opbrengst uit de risicovrije rente, kredietopslagen voor bedrijfs- en bankobligaties en extra vergoedingen voor minder liquide beleggingen. De yield is volgens Abma een redelijke indicatie voor het gemiddelde rendement over ongeveer de duratie, maar geen garantie. Renteveranderingen, kredietverliezen en het moment van in- en uitstappen kunnen het uiteindelijke resultaat sterk beïnvloeden. Bij een constant rendement van 5,3% zou €10.000 in vijf jaar theoretisch uitgroeien tot circa €12.950, vóór belasting en inflatie.
Een hogere rente voorkomt tussentijdse verliezen niet. Als de marktrente met één procentpunt stijgt, kan een portefeuille met een duratie van vijf jaar aanvankelijk ongeveer 5% in waarde dalen. Beleggers die niet hoeven te verkopen, profiteren daarna wel van hogere rente op nieuwe beleggingen. Kredietverliezen herstellen echter niet vanzelf, waardoor een zorgvuldige selectie van leningen noodzakelijk blijft.
Omdat langere looptijden inmiddels weer extra rente opleveren, verhoogde het fonds zijn duratie geleidelijk van ongeveer een half jaar in 2022 naar circa vijf jaar. Daarmee wordt het huidige renteniveau langer vastgelegd. De ECB-depositorente staat volgens het artikel op 2,50% en de Duitse tienjaarsrente rond 3,5%, het hoogste niveau sinds 2009.
Het fonds probeert bovenop de marktrente extra rendement te vinden in minder courante of minder breed gevolgde obligaties. Voorbeelden zijn nieuwe uitgiftes, kleinere bankleningen, onderhandse exportfinancieringen en energiegerelateerde obligaties. Die laatste categorie vormt ongeveer 10% van de portefeuille en levert gemiddeld rond 10% op, maar brengt extra krediet- en sectorspecifieke risico’s mee. Ongeveer 15% bestaat uit onderhandse exportfinancieringen.
De portefeuille bevat meer dan 150 posities; bijna 70% heeft een investmentgraderating, de gemiddelde kredietkwaliteit is BBB en de grootste positie is kleiner dan 5%. Die spreiding beperkt de gevolgen van een afzonderlijk faillissement, maar beschermt niet tegen algemene rente- of marktbewegingen. In 2022 daalde het fonds 5,96%, tegenover 15,21% voor de benchmark, mede dankzij de toen zeer korte duratie. De huidige portefeuille is gevoeliger voor rentestijgingen, maar genereert ook aanzienlijk meer rente-inkomsten.
Een fonds met een duratie van vijf jaar is volgens Abma niet geschikt voor geld dat op korte termijn nodig is. In vergelijking met sparen biedt het de mogelijkheid om de huidige rente langer vast te leggen, maar daar staan koersschommelingen, beperkte liquiditeit en kredietrisico tegenover. De genoemde 5,3% is daarom een aantrekkelijk uitgangspunt, geen voorspelling of persoonlijk beleggingsadvies; beleggers kunnen hun inleg geheel of gedeeltelijk verliezen.
Vandaag Inside: Xavi Hernández reageert op de blessures bij Oranje: 'Het is te intens, deze twee weken'