Olieprijs veert op na mogelijke Iraanse aanval Hormuz
In dit artikel:
De olieprijs is donderdag scherp hersteld nadat berichten over een mogelijke Iraanse aanval in de Straat van Hormuz de markt opnieuw nerveus maakten. Een vat West Texas Intermediate eindigde op 71,92 dollar, 2,3 procent hoger dan een dag eerder, na eerder al fors te zijn weggezakt.
Aanleiding voor de koerssprong was een melding van twee hoge Amerikaanse functionarissen dat de Iraanse Revolutionaire Garde in de strategisch belangrijke zeestraat een vrachtschip onder Singaporese vlag had aangevallen, voor de kust van Oman. Volgens de Britse maritieme dienst veroorzaakte het incident schade aan de brug van het schip, maar vielen er geen slachtoffers. De aanval volgde kort nadat Iran had gewaarschuwd vaarroutes te vermijden die niet door Teheran zijn goedgekeurd.
De Straat van Hormuz is cruciaal voor de mondiale energievoorziening, omdat via deze passage normaal gesproken enorme hoeveelheden olie uit het Midden-Oosten worden vervoerd. Dat verkeer trekt inmiddels weer aan: volgens Kpler ging in juni tot nu toe ongeveer 4,9 miljoen vaten ruwe olie per dag door de zeestraat. Dat is nog altijd flink minder dan het gemiddelde in 2025 van circa 13 miljoen vaten per dag, maar wel duidelijk meer dan tijdens de recente oorlog.
Toch blijft de markt voorzichtig. Analisten van HSBC wijzen op meerdere obstakels, zoals het veilig terugplaatsen van schepen en het opruimen van mogelijk achtergebleven mijnen. Ook marktvolger Phil Flynn verwacht dat de olieprijs op korte termijn nog onder druk kan blijven, omdat producenten de markt weer willen bevoorraden en strategische Amerikaanse voorraden mogelijk worden aangevuld.
Vandaag Inside Oranje: Shelly Sterk: 'Ik denk dat de loyaliteit van Max Verstappen hem wereldtitels gaat kosten'