Op een zinkend schip geen feministen
In dit artikel:
De auteur betoogt dat hedendaags activisme en feminisme soms frustrerend kunnen zijn doordat de normen voortdurend lijken te verschuiven. Hij illustreert dat met een recente ervaring: nadat hij een vrouw een winkeldeur had opengehouden, verweet zij hem dat hij ervan uitging dat vrouwen dat zelf niet konden. Tegelijkertijd, schrijft hij, stellen veel vrouwen traditionele hoffelijkheden juist wel op prijs.
Een vergelijkbare botsing tussen beleefdheid en gelijkwaardigheid zag de auteur bij de overleden zoöloog Desmond Morris, die ooit werd uitgescholden nadat hij voor een feministe een deur had geopend. Wat de een als hoffelijk beschouwt, kan de ander als paternalistisch ervaren. Volgens de auteur ontstaat zo een situatie waarin iemand het al snel verkeerd doet, ongeacht zijn keuze.
Die spanning brengt hem bij de ramp met de Titanic op 14 april 1912. Rederijdirecteur J. Bruce Ismay overleefde de ramp door in een reddingsboot te stappen terwijl nog vrouwen aan boord waren. Daardoor werd hij publiekelijk veroordeeld: hij had volgens de toen geldende ongeschreven regel ‘vrouwen en kinderen eerst’ moeten naleven.
De zaak kreeg extra betekenis doordat de Amerikaanse suffragettebeweging destijds streed voor stemrecht en gelijke behandeling. Tegenstanders gebruikten Ismay als argument tegen die gelijkheid: vrouwen zouden op land gelijkwaardigheid eisen, maar op zee wel voorrang verwachten. Spotprenten verwezen daarom spottend naar ‘boats for women’ in plaats van ‘votes for women’.
De auteur concludeert dat de vraag of een man hoffelijk moet zijn, niet universeel te beantwoorden is en per vrouw kan verschillen. Zijn praktische advies: vraag het eerst voordat je een deur voor iemand openhoudt.
Vandaag Inside: Jesse Klaver ongemakkelijk na vraag bij Vandaag Inside: ‘Moeten we het daar over hebben?’