Op safari in Zuid‑Engeland
In dit artikel:
Tussen het struikgewas van landgoed Knepp, vlakbij luchthaven London Gatwick, valt het geluid direct op: de nachtegaal zingt — een zeldzaamheid in Engeland, waar de soort is teruggedrongen tot de uiterste zuidoosthoek. Eigenaars Charlie Burrell (geboren 1962) en zijn vrouw Isabella Tree hebben van hun voormalige akker- en melkveebedrijf een 1.400 hectare groot rewilding-project gemaakt. Die omslag, rond de eeuwwisseling ingezet na jaren verliesgevende landbouw, heeft het terrein in twee decennia omgevormd tot een caleidoscopisch landschap van dichte doornstruwelen, eikenopstanden en open grasland — precies de variatie die veel soorten nodig hebben.
De keuze om het land grotendeels aan natuurlijke processen over te laten kwam voort uit inspiratie door de Oostvaardersplassen en ideeën van bioloog Frans Vera: grote grazers vormen het landschap en creëerden voortdurend nieuwe niches. Omdat oorspronkelijke Britse oersoorten vaak verdwenen of verboden zijn, werden hier exmoor-pony's, tamworth-varkens en longhorn-runderen ingezet als functionele vervangers. De dieren wroeten, eten en schuren, waardoor plekken ontstaan voor insecten, struiken en nieuwe boomopslag. Bevers hebben bomen gevild en ooievaars nestelen er weer — voor het eerst in ongeveer zeshonderd jaar — terwijl grote aantallen libellen, vlinders en zangvogels terugkeerden.
Knepp blijkt niet alleen ecologisch maar ook economisch succesvol. Een telling leverde vorig jaar 63 zingende nachtegalen op — ongeveer 1,7% van de Britse populatie — en bedreigde soorten zoals de tortelduif en de grote weerschijnvlinder hebben er een broedplek. Onderzoek van Burrells dochter Nancy, bioloog, toonde dat de wortels van begraasde doornstruiken ongeveer vier keer meer CO2 opslaan dan gangbare modellen aannemen, wat rewilding ook relevant maakt voor klimaatdoelen.
De bedrijfsvoering is pragmatisch: volledig ongemanaged wild is het niet. Het land ligt tussen een 'wilde tuin' en een Serengeti in; kuddes worden beheerd door gecontroleerde afschot en incidenteel bijvoeren om dierenleed te voorkomen en controverse te vermijden. Er zijn geen apexpredatoren en het terrein is te klein voor natuurlijke massasterfte, dus een middenweg is gezocht tussen natuurproces en beheer.
Om levensvatbaarheid te garanderen is het aanbod van Knepp uitgebreid naar toerisme en horeca. Safari- en wandeltochten, glamping en een boerderijwinkel vullen een groot deel van de inkomsten aan; toerisme is inmiddels goed voor circa 20% van de omzet, natuur-subsidies ongeveer 5% en in de toekomst wordt naar carbon credits gekeken. Het restaurant Knepp Wilding Kitchen, gerund door zoon Ned, werkt met eigen producten en kreeg een groene Michelinster. Een door Savills uitgevoerd financieel onderzoek liet zien dat de brutomarge van Knepp ongeveer €1.350 per hectare bedraagt, tegenover €765 voor gemiddeld akkerland, mede doordat de grond door zware klei structureel minder geschikt was voor intensieve landbouw.
Burrell ziet Knepp als demonstratieproject en pleit voor grotere samenhangende natuurcorridors langs de zuidkust. Hij organiseert workshops om landeigenaren te overtuigen en stelt dat gebieden van 2.000–5.000 hectare haalbaar en nuttig zijn in combinatie met landbouw. Het succes van Knepp laat zien dat het loslaten van volledige controle, ruimte geven aan struikgewas en het terugbrengen van grazers biodiversiteit en nieuwe economische kansen kan opleveren — alsook een rol kan spelen in klimaatmitigatie.