Op zoek naar artistieke vrijheid
In dit artikel:
Kunstenaar Nour-Eddine Jarram (1956), geboren in Casablanca, viert in zijn werk en leven vooral vrijheid. Hij kwam in 1978 naar Nederland om aan de AKI in Enschede te studeren, aangetrokken door de liberale sfeer en zijn bewondering voor Rembrandt. De start was zwaar: hij sprak nauwelijks Engels, had geen slaapplaats en moest wennen aan de vrijheid om zelf te bepalen wat hij maakte. Toch vond hij in Enschede zijn thuis. Hij bleef er wonen, trouwde er, kreeg twee dochters en werd er een succesvolle kunstenaar, met tentoonstellingen in onder meer Rijksmuseum Twenthe en prijzen als de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst en de Jeanne Oosting Prijs.
Jarram ziet zijn atelier in het groen als ultieme vorm van vrijheid. In zijn schilderijen en aquarellen vermengt hij Nederlandse en Marokkaanse invloeden, van kleurgebruik tot onderwerp. Zijn Marokkaanse roots keren terug in zijn liefde voor voetbal, muziek en eten, maar ook in zijn worsteling met identiteit en religieuze grenzen: figuratie was binnen zijn achtergrond lange tijd taboe, terwijl hij juist de stap naar het afbeelden van mensen als zijn grootste artistieke overwinning ziet.
De laatste jaren maakt hij indringende series over vluchtelingen en Marokkaanse jongeren, geïnspireerd door zijn eigen migratiegeschiedenis en door selfies op sociale media. Met zijn kunst wil hij onmacht omzetten in betrokkenheid en mensen een gezicht geven. Zolang het leed voortduurt, zegt hij, blijft hij ermee doorgaan.
De Oranjezomer: Econoom Jona van Loenen legt uit: waarom stijgen de benzineprijzen harder dan ze weer dalen?