Overkreditering anno 2025/2026: welke rol speelt de persoonlijke lening nog?
In dit artikel:
In Nederland is het risico op overkreditering de afgelopen decennia flink teruggedrongen door strengere wetgeving en verplichte kredietwaardigheidstoetsen onder wetten als de Wck en Wft en toezicht van de AFM. Klassieke consumptieve kredieten — denk aan persoonlijke leningen met vaste looptijd en rente — worden vooraf beoordeeld op inkomen, uitgaven en bestaande verplichtingen. Daardoor zijn impulsief en oncontroleerbaar lenen via deze producten veel minder kansrijk dan vroeger en blijven persoonlijke leningen relatief verantwoord en transparant.
Tegelijkertijd verschuift het probleem echter naar nieuwere, flexibele betaal- en kredietvormen. Vooral Buy Now, Pay Later (BNPL) en vergelijkbare ‘flitskredieten’ groeien snel en vertonen hogere aantallen betalingsproblemen. In 2024 nam BNPL-gebruik met circa 17% toe; aanbieders verwerkten ongeveer 53 miljoen transacties ter waarde van 5,1 miljard euro. In dat jaar werden consumenten ruim 6,9 miljoen keer in gebreke gesteld, werden 1,8 miljoen keer aanmaningskosten in rekening gebracht en gingen circa 0,6 miljoen transacties naar incasso. Belangrijk is dat ongeveer 90% van de problematische BNPL-transacties onder de huidige drempels voor krediet- en BKR-controles valt, waardoor veel schulden buiten het zicht van kredietregisters ontstaan.
Door die onzichtbaarheid kunnen schulden bij elkaar oplopen zonder dat kredietverleners of het BKR dit kunnen signaleren. Terwijl het aantal Nederlanders met een geregistreerd krediet bij het BKR in 2024 daalde van 7,6 miljoen naar 7,3 miljoen — wat op het eerste gezicht wijst op terughoudendheid — blijft een significant deel van de problematische schulden ongeregistreerd omdat ze via BNPL en soortgelijke diensten lopen. Daardoor vormen deze nieuwe producten momenteel een van de grootste bronnen van hedendaagse overkreditering in Nederland.
Er is vooruitzicht op versterkt toezicht: verwacht wordt dat BNPL-aanbieders vanaf november 2026 onder de Wft en het toezicht van de AFM vallen, waardoor meer transacties geregistreerd en getoetst zullen worden. Conclusie: traditionele persoonlijke leningen dragen in 2025 veel minder bij aan overkreditering dan vroeger, maar het risico is verplaatst naar flexibele, laagdrempelige betaaloplossingen die vooralsnog onvoldoende onder toezicht stonden — een ontwikkeling die beleidsmakers en toezichthouders nu proberen te herstellen.