Paul Huijts: 'Wie uit het oog verliest dat mensen intrinsiek evenveel waard zijn, maakt een dodelijke fout'
In dit artikel:
Paul Huijts, voormalig topambtenaar die in Den Haag jarenlang aan het roer stond als secretaris‑generaal van zowel Algemene Zaken als Buitenlandse Zaken, vervult sinds enkele jaren de functie van Nederlandse ambassadeur in Londen. Op een zonnige dinsdagochtend — kort na zijn terugkeer uit Nederland, waar zijn eerste kleinkind was geboren — leidt hij het drukke gastprogramma rond premier Rob Jetten, die rechtstreeks uit Washington arriveert voor zijn eerste bezoek in functie. Het bezoek illustreert hoe onmisbaar timing, strakke logistiek en strikt protocol zijn in het ambassadewerk: van ontvangst op een militair vliegveld tot besloten gesprekken op de residentie en een korte energiesessie op 10 Downing Street met de Britse premier Keir Starmer en toonaangevende ondernemers.
Huijts woont met zijn vrouw Sophie boven de ambassade in een 19e‑eeuws paleisachtig pand nabij Hyde Park Gate, een officiële residentie die vaak dienstdoet als ontmoetingsplek. Drie keer per week vinden daar ontvangsten plaats; die sociale infrastructuur ziet hij als essentieel om de na‑brexitrelatie tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk nieuw elan te geven. De ambassade fungeert volgens hem niet alleen als vertegenwoordigende instantie, maar ook als een soort etalage en katalysator: bedrijven, wetenschappers en innovatieve projecten krijgen er een podium om gezamenlijke kansen te verkennen, bijvoorbeeld in financiën, levenswetenschappen en AI.
Collegiale banden, persoonlijk inzicht en een kalme leidingstijl kenmerken Huijts’ aanpak. Een oude partner in beleid, Dick Schoof, schetst hem als professioneel en gereserveerd, maar ook als iemand met oprechte aandacht voor anderen — een eigenschap die tijdens bijvoorbeeld de nasleep van de MH17‑ramp zichtbaar werd. Huijts zelf benadrukt het belang van betrokkenheid: vertrouwen ontstaat eerder als gesprekspartners merken dat je daadwerkelijk geïnteresseerd bent in hun motieven en omstandigheden.
Tijdens de beschreven dagen combineert hij formele diplomatie met pragmatische inzet. Na de landing van Jetten blijft Huijts nauw aan diens zijde, begeleidt interne evaluaties van het bezoek en faciliteert ontmoetingen met Britse politici; zo brengt hij Jetten onder meer in contact met Ben Lake van Plaid Cymru, net voor de regionale verkiezingen in Wales — een ontmoeting die aansluit bij Huijts’ interesse in regionale politiek en in het lezen van Britse politieke verhoudingen op een gedetailleerd niveau. Enkele weken later blijkt Lakes koers succesvol: Plaid wordt de grootste partij in het Welsh parlement.
Culturele en historische bindingen krijgen ook aandacht. Een bezoek aan de Dutch Church — met wortels terug naar 1550 en een belangrijk middenpunt van de Nederlandse gemeenschap in Londen — toont het brede spectrum van de ambassadeactiviteiten: van ceremoniële momenten tot maatschappelijke en culturele programmering, zoals de Koningsdagreceptie. Huijts waardeert zulke instellingen omdat ze non‑officiële netwerken en gemeenschapsbanden versterken.
Pragmatische observaties over Britten en Nederlanders kleuren zijn reflecties: hij wijst op verschillen in communicatiestijl (Nederlanders doorgaans directer, Britten vaker indirect) en waarschuwt dat gebrek aan inleving zakelijke kansen kan ondermijnen. Tegelijk benadrukt hij dat samenwerking, het smeden van coalities en wederzijdse kennisuitwisseling nu relevanter zijn dan ooit — juist omdat geopolitieke onrust de vraag naar collectieve weerbaarheid vergroot.
Privé oogt Huijts nuchter en betrokken: hij noemt tuinieren, zeilen en hardlopen als uitlaatkleppen en kijkt uit naar meer tijd met familie wanneer zijn ambtsperiode in augustus 2028 afloopt. Tot die tijd blijft hij zich inzetten om de bilaterale band te verstevigen, contacten te verdiepen en de ambassade als actieve brugfunctie te laten fungeren tussen Nederlandse belangen en Britse mogelijkheden.