'Pensioen is geen instrument voor beleid, maar uitgesteld salaris' - in gesprek met Dirk Gotink (NSC)

dinsdag, 28 april 2026 (09:44) - Banken.nl

In dit artikel:

Dirk Gotink, Europarlementariër voor NSC binnen de Europese Volkspartij (EPP), volgt in Brussel de herziening van de IORP-richtlijn als schaduwrapporteur. De IORP-regels vormen het Europese kader voor bedrijfspensioenen (de ‘tweede pijler’) en gaan over governance, toezicht en investeringsregels — onderwerpen die technisch zijn maar grote gevolgen hebben voor hoe Europeanen later hun inkomen veiligstellen en hoe pensioenkapitaal wordt ingezet in de economie.

Gotink plaatst de discussie op het snijvlak van sociale zekerheid en economische groei. Enerzijds is er de demografische uitdaging: vergrijzing bedreigt de pensioendekking in veel landen, waardoor armoede onder ouderen kan toenemen en betaalbare publieke systemen onder druk komen te staan. Anderzijds is er een Europese ambitie om via een Savings and Investments Union meer binnenlands kapitaal te mobiliseren voor strategische investeringen (energie, defensie, innovatie). Pensioenfondsen, met hun grote omvang en lange beleggingshorizon, zijn daarbij vanzelfsprekend relevant.

Zijn uitgangspunt is dat wet- en regelgeving altijd moet beginnen bij de deelnemer: pensioengelden zijn uitgesteld loon en dienen primair de financiële zekerheid van werknemers. Als pensioenstelsels goed zijn ingericht, volgt volgens hem vanzelf een grote, stabiele kapitaalpool die verantwoord kan bijdragen aan de economie. Cruciaal daarvoor is ruimte voor langetermijnbeleggen; te strikte, frontale voorschriften kunnen rendementen beperken en zo het fundament van het stelsel verzwakken.

Gotink wijst op het Nederlandse onderscheidende model: automatische deelname via de werkgever leidt tot brede dekking, schaalvoordelen en stabiliteit. Dat model is historisch en politiek ingebed en biedt belangrijke lessen voor andere lidstaten. Tegelijk erkent hij dat in veel landen nauwelijks een aanvullende pensioenstructuur bestaat; daar moet eerst een basis opgebouwd worden — eenvoudig, begrijpelijk en verplichtend genoeg om deelname te realiseren, ook in landen met lagere inkomens.

In zijn rol als schaduwrapporteur pleit Gotink voor balans: Europese kaders moeten verbetering en convergentie stimuleren zonder de werking van goed-functionerende nationale systemen te ondermijnen. Belangrijke aandachtspunten zijn flexibele regels voor vermogensbeheer, heldere maar praktische transparantie voor deelnemers en het vermijden van instrumentalisering van pensioengeld voor louter economische beleidsdoelen. Vertrouwen van deelnemers blijft volgens hem de voorwaarde voor ieder succesvol pensioenstelsel.

Tot slot ziet hij een kans om Nederlandse expertise te delen bij de opbouw van pensioenstelsels in andere landen, en verwacht dat groeiende deelname in Europa zowel sociale zekerheid als een grotere markt voor vermogensbeheer oplevert — mits de volgorde wordt gerespecteerd: eerst solide pensioenen voor mensen, dan pas benutten van het kapitaal voor economische doeleinden.