Pindasaus, symbool van een identiteit
In dit artikel:
De auteur merkt hoe de tijd vat krijgt op zijn Indische familie. In 2014 overleed tante Loeke, in 2025 ook oom Peter; andere familieleden en bekende Indische Nederlanders waren hen al voorgegaan. Daarmee wordt zichtbaar dat de eerste generatie Indische Nederlanders langzaam verdwijnt: de honderdduizenden mensen die na de onafhankelijkheid van Indonesië in de jaren veertig en vijftig naar Nederland kwamen, zullen niet worden opgevolgd door een nieuwe generatie met dezelfde directe band met Nederlands-Indië.
Die gemeenschap was bovendien nooit homogeen. Totoks, Indo-Europeanen, Molukkers, Chinezen, Papoea’s en Indonesiërs kwamen uit verschillende delen van de voormalige kolonie. In Nederland moesten zij vooral assimileren. Hun opleiding en werkervaring werden vaak genegeerd, vrouwen kregen aanwijzingen om een ‘Nederlands’ huishouden te voeren en jongeren werden vanwege hun uiterlijk als anders behandeld. Ook latere generaties worstelen met de vraag of zij Indisch genoeg zijn of juist te veel zijn ‘verkaasd’.
De auteur herkende zich aanvankelijk nauwelijks in dat verhaal. Hij heeft weinig Aziatische uiterlijke kenmerken, groeide vooral op met zijn Limburgse familie en kende zijn Indische voorgeschiedenis onvoldoende. Pas toen hij op 25-jarige leeftijd in Semarang voor het vroegere huis van zijn vader stond, besefte hij hoe belangrijk die afkomst voor hem is. Sindsdien verdiept hij zich in de familiegeschiedenis, verbonden met Semarang, Madoera en Lawang, waar familieleden de oorlog als buitenkampers doorbrachten.
Nu hij zich thuis voelt in zijn indoschap, vreest hij tegelijk dat het erfgoed hem ontglipt. Familiealbums en tastbare erfstukken ontbreken, terwijl de eerste generatie en daarmee de directe herinnering aan een verdwenen land wegvallen. Voedsel biedt nog houvast. Zijn vader maakte op speciale dagen saté, nasi goreng en gado-gado, maar vooral diens zelfgemaakte pindasaus staat voor familie, geur en identiteit.
De saus wordt gemaakt met kruiden, knoflook, trassi, ketoembar, djeroek poeroet en pindakaas. Voor de auteur is die specifieke pindakaas daarom meer dan een supermarktproduct: zonder de juiste smaak kan hij zijn vertrouwde saus niet maken. Hij vreest dat het merk verdwijnt of de samenstelling verandert. Ahold Delhaize verzekert hem dat het product voorlopig blijft, maar de onzekerheid staat symbool voor een groter verdriet: als de eerste generatie verdwijnt en zelfs vertrouwde gebruiken verloren gaan, wat blijft er dan over van zijn Indische identiteit?
De Oranjezomer: Noa Vahle over mogelijke Ajax-transfer: 'Dat zou ik wel opvallend vinden!'