Prijswinnende onderzoeker: 'Schimmels handelen zoals op een beursvloer - en ze manipuleren de markt'
In dit artikel:
Als kind zocht Toby Kiers al morieljes; nu is ze een wereldberoemde schimmelonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Op haar negentiende stopte ze met school om bij het Smithsonian Tropical Research Institute in Panama te gaan werken, waar het ondergrondse leven haar meteen in haar greep kreeg. Decennialang reisde ze daarna de wereld rond — van Mongolië tot Chili — om mycelium, de kilometerslange draden onder de grond, te bestuderen.
Deze maand ontving Kiers de prestigieuze Tyler Prize, na vorig jaar al de Spinozaprijs te hebben gewonnen. Ze staat bekend om zowel fundamenteel werk als het zichtbaar maken van praktische functies van schimmelnetwerken: ze binden de bodem, verminderen erosie en fungeren als enorme koolstofopslag. Kiers benadrukt dat mycorrhizaschimmels jaarlijks ongeveer 13 miljard ton CO₂ via planten in de bodem vastleggen — een groot aandeel van de wereldwijde fossiele-uitstoot — doordat planten via fotosynthese koolstof afstaan aan de schimmel, die die koolstof in het bodemorgaan verwerkt.
Centraal in haar onderzoek staat het sociale en economische gedrag van deze netwerken. Schimmels en planten handelen als op een beursvloer: schimmels onttrekken stikstof en fosfor uit de bodem en ruilen die tegen door planten aangeleverde koolstof. Kiers vergelijkt die dynamiek met marktmacht — schimmels geven de voedingsstoffen aan de planten die "meest betalen", houden middelen achter om schaarste te creëren, en kunnen zelfs hun partners manipuleren zodat planten afhankelijk worden. Planten hebben tegenwicht: onbetrouwbare schimmels worden deels afgebroken en verteerd.
Kiers ontwikkelt nieuwe technieken om die netwerken zichtbaar te maken — ze noemt het een soort "Google Maps" voor mycelium, in samenwerking met onderzoekers van het Amolf-instituut. Tegelijkertijd bouwde ze met Spun (Society for the Protection of Underground Networks) een internationaal onderzoeksnetwerk om bedreigingen in kaart te brengen en lokale wetenschappers direct te ondersteunen.
Belangrijkste bedreigingen zijn verstedelijking, ontbossing en landbouwpraktijken: pesticiden en fungiciden beschadigen de symbiose. Ook is er politiek-economische stress: federale bezuinigingen in de Verenigde Staten zetten de onderhoudsfondsen voor waardevolle levende collecties met mycorrhiza onder druk, iets waar Kiers grote zorgen over uitspreekt. Daarom richt Spun zich op het direct financieren van lokaal onderzoek en op het gebruiken van prijzengeld om samenwerking te bevorderen.
Kiers hoopt dat haar werk leidt tot bredere erkenning bij beleidsmakers: niet alleen flora en fauna verdienen bescherming, maar ook fungi — de 'derde F'. Haar onderzoek benadrukt dat gezonde schimmelnetwerken van groot belang zijn voor bodemgezondheid, koolstofvastlegging en veerkracht van ecosystemen, met implicaties voor landbouw, klimaatbeleid en natuurherstel.