Prinsjesdag: 13 fiscale maatregelen die je portemonnee in 2027 raken
In dit artikel:
Het nieuwe kabinet-Jetten heeft zijn eerste begroting gepresenteerd. Omdat het geen vaste meerderheid in de Tweede Kamer heeft, zijn verschillende politiek gevoelige maatregelen uitgesteld of afgezwakt. Zo wordt de verkorting van de WW-duur pas in 2029 ingevoerd, komt de AOW-leeftijd niet op de eerder voorgestelde manier aan de levensverwachting vast te zitten en blijft het maximumdagloon voor uitkeringen voorlopig ongemoeid. Veel plannen moeten bovendien nog door het parlement worden goedgekeurd.
Voor huishoudens en beleggers verandert er vanaf 2027 desondanks het nodige. De vrijstelling in box 3 stijgt van €59.357 naar €60.098 per persoon. De belasting op vermogen blijft 36 procent boven die grens en wordt voorlopig nog berekend met fictieve rendementen. De aangekondigde overgang naar belasting over het werkelijke rendement is opnieuw niet geregeld. Wie een woning koopt om die te verhuren, betaalt vanaf 2027 7 procent overdrachtsbelasting in plaats van 8 procent.
Werkenden krijgen €173 extra arbeidskorting, maar de eerste twee inkomstenbelastingschijven worden verhoogd naar respectievelijk 36,23 en 38,16 procent. De derde schijf blijft 49,5 procent. Door de zogenoemde vrijheidsbijdrage voor hogere defensie-uitgaven worden tarieven en heffingskortingen niet volledig aan de inflatie aangepast. Daardoor kan de belastingdruk oplopen. De maximale ouderenkorting daalt van €2.067 naar €1.993 en de inkomensgrens voor het hoogste tarief blijft steken op €78.426. Ook het inkomen waarover fiscaal voordelig pensioen kan worden opgebouwd, blijft zes jaar bevroren op €137.800.
De zorgpremie stijgt naar verwachting met ongeveer €12,50 per maand, tot gemiddeld €169. Het verplichte eigen risico gaat door de inflatie omhoog van €385 naar €400. Alleenstaanden krijgen ter compensatie maximaal €140 zorgtoeslag per maand. De kinderopvangtoeslag stijgt eveneens: een gezin met twee kinderen en tweemaal modaal inkomen krijgt bij twee opvangdagen per week ongeveer €700 meer dan in 2026. Na 2028 loopt de vergoeding verder op.
Voor automobilisten wordt de maximale onbelaste reiskostenvergoeding verhoogd van €0,23 naar €0,25 per kilometer, met terugwerkende kracht vanaf 2026. De korting op brandstofaccijns blijft tot 1 januari 2028 bestaan, waardoor benzine €0,85 en diesel €0,55 per liter aan accijns blijven kosten. Door de hogere marktprijzen zal dat voordeel volgens de plannen nauwelijks merkbaar zijn.
Vliegtuigpassagiers betalen vanaf 2027 minder belasting op vluchten langer dan 5.500 kilometer: €59,43 in plaats van €74,81 per ticket. Daarmee wordt het tarief gelijkgetrokken met Duitsland. Verder trekt het kabinet komende winter €193 miljoen uit voor een Noodfonds Energie, bedoeld voor ongeveer 500.000 huishoudens met een laag inkomen en hoge energierekening.
Alcohol wordt vanaf 2027 jaarlijks duurder door een inflatiecorrectie van de accijns. De korting voor kleine brouwerijen verdwijnt vanaf 2028, wat consumenten naar verwachting 1 à 2 cent per glas bier kost. Ook de waterrekening stijgt: de belasting op leidingwater gaat met 10 cent per 1.000 liter omhoog, goed voor ongeveer 4 procent of €9 tot €11 extra per jaar voor een gemiddeld huishouden.
Vandaag Inside: Jesse Klaver krijgt lachers op de hand bij start Algemene Beschouwingen: ‘Tot zover mijn bijdrage!’