Pulte en andere Trump-getrouwen botsen met Fannie- en Freddie-medewerkers
In dit artikel:
Bill Pulte, door president Trump benoemd tot directeur van de Federal Housing Finance Agency (FHFA) in maart 2025, heeft in korte tijd ingrijpende veranderingen doorgevoerd bij de toezichthouder en bij Fannie Mae en Freddie Mac — de door de overheid gesponsorde ondernemingen die het merendeel van de Amerikaanse hypotheken garanderen. Vanaf zijn aantreden liet Pulte honderden medewerkers vertrekken, verving bestuurders en topmanagers, stelde zichzelf aan als voorzitter van de raden van Fannie en Freddie (een ongebruikelijke stap) en plaatste meerdere vertrouwelingen op sleutelposities, ook personen met weinig ervaring in de hypotheeksector of met omstreden achtergronden.
Zijn handelen speelde zich af in Washington en bij de twee hypotheekreuzen die onder FHFA toezicht vallen. Pulte, erfgenaam van het bouwconcern PulteGroup en bekend uit de sociale kringen rond Mar‑a‑Lago, gebruikte niet alleen bestuurlijke macht maar ook sociale media (vooral X) om beleidsinitiatieven en politieke standpunten van het Witte Huis te promoten. Hij vroeg en kreeg toegang tot het Fannie Mae-account op X en gebruikte posts om onder meer beschuldigingen van hypotheekfraude te uiten tegen prominente Democraten, zoals senator Adam Schiff en New Yorks procureur‑generaal Letitia James, en koppelde die claims aan aanvragen voor strafrechtelijke onderzoeken bij het ministerie van Justitie.
Die mix van politieke profilering, personeelswisselingen op basis van loyaliteit en benoemingen met mogelijke belangenverstrengeling heeft tot ernstige bezorgdheid geleid. Ethiekdeskundigen waarschuwen dat het voorkeur geven aan persoonlijke banden boven vakinhoudelijke ervaring de geloofwaardigheid van Fannie en Freddie en daarmee de stabiliteit van de hypotheekmarkt kan aantasten. Voorbeelden die genoemd worden: de benoeming van Omeed Malik (van het durfkapitaalfonds 1789 Capital, waarin Donald Trump Jr. partner is) in Fannie’s raad; vermeende gedeelde financiële belangen tussen bestuursleden en Pulte’s familie-investeringsvehikels; en de tijdelijke inzet van Mark Zarkin, een adviseur met een vroegere veroordeling die later nietig werd verklaard.
Pulte voerde ook beleidsvoorstellen en opdrachten in die controverse veroorzaakten: hij promootte een 50‑jaars hypotheek als maatregel om maandlasten te verlagen (kritiek: veel hogere totale rente) en gaf opdracht te onderzoeken hoe cryptovaluta als activum kunnen meetellen bij hypotheekaanvragen — een stap die bij personeel en waarnemers vragen riep over belangenconflicten gezien grote cryptobelangen van de Trump‑familie. Interne medewerkers klaagden over een terugloop van diversiteits- en ethische functies en over gevallen waarin marketingmateriaal zou zijn gecorrigeerd om minder Latijns‑Amerikaanse en Afro‑Amerikaanse gezinnen te tonen, iets wat de FHFA ontkent.
De politieke en operationele impulsen van Pulte leidden tot formele reacties: het Government Accountability Office (GAO) kondigde op verzoek van Democratische senatoren een onderzoek aan naar mogelijk misbruik van positie en middelen; federale aanklagers in Maryland bekijken verwijzingen die Pulte deed; en de FHFA‑inspecteur‑generaal kreeg eerder te maken met spanningen nadat Pulte zonder gebruikelijke route strafrechtelijke verwijzingen verstuurde. Het Witte Huis en de FHFA verdedigen Pulte: zij zeggen dat zijn leiding de hypotheeksector “veiliger en solider” maakt en dat Fannie en Freddie nu als normale bedrijven worden bestuurd. Critici noemen dit echter onvoldoende nu volgens hen loyaliteit en politieke agenda’s leidend lijken.
Kortom: Pulte heeft de FHFA en de door haar gecontroleerde hypotheekinstellingen snel en sterk gepolitiseerd, met brede personeelswisselingen, controversiële benoemingen en een actieve politieke profilering via sociale media. Dit alles heeft geleid tot onderzoeken en oplopende zorgen over managementpraktijken, belangenconflicten en de mogelijke impact op de stabiliteit en integriteit van de Amerikaanse hypotheekmarkt.