Rechter beperkt Ben & Jerry's-zaak over het smoren van activisme door Unilever
In dit artikel:
Een federale rechter in Manhattan heeft vrijdag het merendeel van de rechtszaak van Ben & Jerry’s tegen voormalig moederbedrijf Unilever afgewezen. Van de tien aanklachten schrapte rechter Kevin Castel zeven claims en een deel van een achtste. De zaak gaat onder meer over vermeende pogingen van Unilever om het sociale activisme van de ijsmaker te beperken, het onafhankelijke bestuur te ontmantelen en de financiering van de Ben & Jerry’s Foundation stop te zetten.
De twee volledig overeind gebleven claims betreffen betalingen die Unilever volgens Ben & Jerry’s niet heeft gedaan. Het gaat om 2,5 miljoen dollar voor het ijsbedrijf en 2 miljoen dollar voor Palestijnse amandelboeren, zoals vastgelegd in een schikking uit 2022 over de verkoop van merkrechten in Israël. Bestuurders mogen daarnaast nieuwe geschiktheidsregels voor het bestuur aanvechten en kunnen over de gemiste betalingen namens zichzelf procederen.
Castel oordeelde dat de fusieovereenkomst uit 2000 bestuurders en de stichting niet toestaat namens Ben & Jerry’s te procederen over zaken als benoemingen en ontslagen. De spanningen tussen beide partijen namen toe nadat Ben & Jerry’s in 2021 de verkoop op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever stopzette. Het bedrijf beschuldigde Unilever ook van censuur rond Gaza en kritiek op president Donald Trump; Unilever ontkent dat.
Sinds de afsplitsing van Unilever vorig jaar is Magnum de eigenaar van Ben & Jerry’s en wordt het bedrijf de belangrijkste gedaagde in de zaak. Magnum verwelkomde de uitspraak. Los daarvan proberen Unilever en Magnum een smaadzaak van voormalig bestuursvoorzitter Anuradha Mittal te laten seponeren.
De Oranjezomer: Theo Janssen ziet op tegen één ding bij Studio Sport: ‘Ik vind het altijd een beetje ongemakkelijk’