Rechter: regering-Trump moet financiering consumentenwaakhond hervatten
In dit artikel:
Een federale rechter, Edward Davila van het Northern District of California, heeft op 13 maart de regering‑Trump opgedragen de financiering van het Consumer Financial Protection Bureau (CFPB) voor onbepaalde tijd voort te zetten. Davila oordeelde dat topfunctionarissen onterecht vertrouwden op gebrekkig juridisch advies toen ze in 2025 weigerden het agentschap te financieren en zo een de facto sluiting nastreefden. De regering had aangevoerd dat wettelijke regels het verboden om de CFPB met geld uit de Federal Reserve te financieren omdat de Fed verlies leed; Davila noemde het inwinnen van een DOJ‑advies door waarnemend directeur Russell Vought onderdeel van een “transparante poging” het bureau te beëindigen en daarmee de bedoeling van het Congres te omzeilen.
Eerder al kwam een rechter in Washington tot vergelijkbare bevindingen. In januari vroeg Vought, onder protest, 145 miljoen dollar aan de Fed om het CFPB één kwartaal te laten doorwerken; in de beginperiode van de regering werden activiteiten van het agentschap grotendeels stilgelegd en waren massale ontslagen aan de orde. De rechtszaak is aangespannen door consumentenorganisaties in San Jose.
Het CFPB, opgericht na de financiële crisis om consumenten te beschermen tegen roofzuchtige leningen, buitensporige kosten en onjuiste verwerking van medische schulden in kredietbeoordelingen, is afhankelijk van financiering buiten de jaarlijkse begrotingsprocedure om juist onafhankelijk te kunnen opereren. De uitspraak van Davila versterkt die financiële zekerheid en voorkomt voorlopig dat de beleidskeuzes van de regering het agentschap effectief buiten werking stellen — een ontwikkeling met directe gevolgen voor markttoezicht en consumentenbescherming in de VS.