Rechtspositie reservisten is juridisch mijnenveld voor werkgever en werknemer

dinsdag, 20 januari 2026 (16:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Bij Rabobank mogen medewerkers jaarlijks tot twee weken extra betaald verlof opnemen om als reservist bij Defensie te dienen; de bank zet die regeling zelfs in als wervingsargument. Ook andere werkgevers hebben vergelijkbare afspraken in cao’s staan — onder meer Randstad, KPMG, NN Group, Heijmans, CapGemini, KPN, gemeenten en de rijksoverheid — nadat sociale partners dit jaar gehoor gaven aan een oproep van demissionair staatssecretaris Gijs Tuinman om de inzet van reservisten te vergemakkelijken.

De achtergrond is dat Defensie door oplopende geopolitieke spanningen het aantal reservisten fors wil uitbreiden: van circa 9.000 nu naar 20.000 in 2030, met een langetermijndoel van 100.000 mensen die in crisistijd kunnen worden opgeschaald tot 200.000. Dat vereist meer structurele afspraken tussen werkgevers, werknemers en de staat, waarschuwt arbeidsrechtsspecialist Nataschja Hummel (voormalig marineofficier en verbonden aan Universiteit Utrecht).

Hummel schetst dat reservisten feitelijk twee werkgevers hebben — hun civiele werkgever en Defensie — maar dat de verdeling van verantwoordelijkheden nu vaak onduidelijk is. Belangrijke knelpunten zijn onder meer:
- Langdurige afwezigheid: Defensie betaalt salaris tijdens de oproepperiode, maar daarna rust de wettelijke loondoorbetalings- en re-integratieplicht (twee jaar) in principe op de hoofdwerkgever. Dat kan kleine bedrijven financieel zwaar treffen.
- Ziekte en letsel: Als iemand tijdens oefeningen gewond raakt, is vaak geen duidelijke route om loon- en re-integratiekosten op Defensie te verhalen, tenzij Defensie aansprakelijk is.
- Arbeidstijden en cumulatie: Oefeningen in vrije uren kunnen botsen met Arbeidstijdenwet en de normale baan; cao-bepalingen kunnen melden van reservistactiviteiten verplichten.
- Verzekeringen en vergoedingen: Een tegemoetkoming voor werkgevers bestaat, maar is beperkt (genoemd: €55 per dag) en vaak ontoereikend.
- Ontslagbescherming: Er bestaat geen specifieke wettelijke bescherming voor mensen die weg zijn vanwege reservistentaken; terugkeer naar dezelfde functie is niet gegarandeerd.

Hummel pleit daarom voor wettelijke maatregelen in plaats van louter cao-afspraken. Mogelijke oplossingen zijn het onderbrengen van het financiële risico bij Defensie of via de Ziektewet — vergelijkbaar met regelingen voor orgaandonatie of de no-riskpolis — en invoering van een opzegverbod dat ontslag wegens reservist zijn voorkomt. Ze waarschuwt ook dat oefeningen bewust risico’s kunnen bevatten (“train as you fight”), waardoor aansprakelijkheid en aansprakelijkheidsclaims complex zijn.

Praktijkoplossingen bestaan wel (werkgevers kunnen in arbeidsvoorwaarden loondoorbetaling beperken), maar dat is volgens Hummel moreel problematisch gezien het publieke belang van defensie. Zij benadrukt dat heldere, wettelijke kaders werkgevers en reservisten zekerheid zouden geven en daarmee de defensie-inzet beter ondersteunen. Hummel zelf is geen reservist; ze wil onafhankelijk blijven in haar advies.