Reuters-interview met ECB-beleidsmaker Olaf Sleijpen

vrijdag, 6 maart 2026 (08:17) - IEX.nl

In dit artikel:

Olaf Sleijpen, ECB-mededirecteur en president van De Nederlandsche Bank, besprak in een Reuters-interview (Amsterdam, 6 maart) hoe de recente uitbraak van geweld in het Midden-Oosten de macro-economische vooruitzichten en het ECB-beleid beïnvloedt. Waar hij enkele weken terug de huidige situatie voor centrale bankiers als bijna ideaal omschreef, zegt hij nu dat die beoordeling door de gebeurtenissen is bijgesteld: de risico’s die hij toen noemde zien we zich in de afgelopen dagen materialiseren. Het is echter nog te vroeg om op lange termijn conclusies te trekken; alles blijft sterk data-afhankelijk en scenario’s moeten worden afgewogen.

Marktreacties na het escalerende conflict verliepen volgens Sleijpen grotendeels volgens theoretische verwachtingen. De ECB zal in haar ramingen en documentatie waarschijnlijk weer gevoeligheidsanalyses en alternatieve scenario’s opnemen, zoals eerder gebeurde na de Russische invasie van Oekraïne. Over een beleidswijziging in maart is hij terughoudend: op dit moment voelt hij zich nog comfortabel met de bestaande beleidsrichting, maar dat kan veranderen afhankelijk van de verdere ontwikkeling van het conflict.

Een mogelijke olieprijsschok illustreert het keuzevraagstuk voor de centrale bank: hogere olieprijzen duwen de inflatie op maar kunnen de groei juist remmen. Daarbij speelt ook de wisselkoers (met een recent sterke dollar) en mogelijke verstoringen in toeleveringsketens een grote rol. Een korte modellering van de recente dagen suggereert dat de inflatie-effecten in eerste instantie groter zouden kunnen zijn dan de groeischok, maar Sleijpen benadrukt dat modellen beperkt zijn en echte ontwikkelingen doorslaggevend blijven.

Hij noemt als belangrijkste signalen die zijn oordeel kunnen veranderen geen enkel cijfer, maar een samenstel van elementen: inflatieverwachtingen, onderliggende prijsdruk, en de projecties inclusief gevoeligheidsanalyses. De vergelijking met de inflatiegolf van 2021–22 moet volgens hem met voorzichtigheid gebeuren; de schok is anders en monetair beleid staat nu neutraal, terwijl toen heropening en ruim begrotingsbeleid de vraag al opvoerden. Een belangrijke les uit die periode is dat aanbodschokken moeilijk te managen zijn voor centrale banken.

Sleijpen noemt ook enkele puzzels in de huidige data: binnenlandse en diensteninflatie zijn hoog en zelfs versneld, terwijl looninflatie daalt — dat klopt niet helemaal volgens de gebruikelijke relaties en kan deels te maken hebben met aanpassingen in de manier waarop sommige componenten worden gemeten. Hij bevestigt dat de ECB symmetrisch naar afwijkingen van de 2%-doelstelling kijkt: onder- en overschrijdingen moeten consistent worden beoordeeld.

Over andere onderwerpen zegt hij verrast te zijn door de veerkracht van de economie: bedrijven en huishoudens blijken zich vaak sneller aan te passen dan modellen voorspellen, ondernemingen hebben deels geanticipeerd op mogelijke verstoringen, en handelspolitieke effecten werken met vertraging. Wat dollarliquiditeit betreft heeft hij vertrouwen in de bestaande swap-regelingen met de Fed en in de samenwerking tussen centrale banken. Ook de opslag van een deel van Nederlands goud bij de Fed noemt hij betrouwbaar; er is geen aanleiding de goudstrategie te wijzigen.

Ten slotte gaat hij in op de financiële positie van DNB: jaren met verliezen maken herkapitalisatierisico theoretisch niet geheel onmogelijk, maar de kans acht hij laag en afgenomen. Opbouw van buffers zal tijd kosten en er is een afspraak met het ministerie dat eerst buffers worden hersteld voordat weer dividend wordt uitgekeerd. Kortom: voorzichtigheid, scenario-denken en afhankelijkheid van toekomstige data bepalen zijn huidige blik op beleid.