'Rijken krijgen een gezonder en gelukkiger leven als zij iets van hun welvaart delen'
In dit artikel:
Nederlanders behoren volgens internationale ranglijsten tot de rijkste en gelukkigste bevolkingen, maar veel inwoners vinden dat het land de verkeerde kant op gaat. Volgens een peiling van het Sociaal en Cultureel Planbureau zou een vijfde bereid zijn het huidige systeem politiek op te blazen. Econoom Rens van Tilburg ziet daarin een teken dat de samenwerking in de samenleving afneemt en de ongelijkheid te groot is geworden.
Van Tilburg, voormalig directeur van de denktank Sustainable Finance Lab, onderzocht deze tegenstelling tijdens een studiesabbatical. In zijn nieuwe boek *Alles voor elkaar* pleit hij voor een ander mensbeeld dan dat van de puur egoïstische en concurrerende ‘homo economicus’. Volgens hem zijn mensen van nature ook gericht op samenwerking, zorg en gemeenschapszin. Wanneer rijkdom en macht zich bij een kleine groep concentreren, verliezen veel mensen volgens hem hun belang bij het in stand houden van het systeem. Dat kan maatschappelijke instabiliteit en populistische politiek versterken.
Historische voorbeelden laten volgens Van Tilburg zien dat economische bloei vaak samengaat met meer samenwerking. Hij verwijst onder meer naar coöperaties aan het einde van de middeleeuwen, het delen van politieke macht en de uitbreiding van publieke voorzieningen in de negentiende eeuw, en de samenwerking tussen werkgevers en vakbonden na de Tweede Wereldoorlog. Ook haalt hij een onderzoek uit 2004 aan waarin bijna de helft van de Nederlanders koos voor een samenleving met veel lokale solidariteit, terwijl slechts 6 procent de huidige prestatiemaatschappij verkoos.
Van Tilburg stelt dat veel burgers inmiddels andere prioriteiten kiezen, zoals meer tijd voor kinderen, vrijwilligerswerk, vrienden en mantelzorg. Bestuurders zouden echter nog te vaak aannemen dat geluk vooral voortkomt uit een hoger inkomen en meer materiële welvaart. Hij pleit daarom voor investeringen in onderwijs, bestaanszekerheid en innovatie, gefinancierd met een hogere vermogensbelasting in plaats van bezuinigingen op sociale zekerheid.
Om het vertrouwen tussen burgers en bestuur te herstellen, noemt hij burgerfora en burgerberaden als mogelijke instrumenten, al waarschuwt hij dat deelname afneemt wanneer hun adviezen geen gevolgen hebben. Verder bepleit hij maatschappelijke diensttijd voor jongeren, waarbij zij later een financiële ‘erfenis’ krijgen om te studeren, reizen of een onderneming te beginnen. Ook voorschoolse opvang en langere brugklassen kunnen volgens hem kansenongelijkheid verkleinen.
De rijken zouden volgens Van Tilburg niet alleen moeten delen uit solidariteit, maar ook uit eigenbelang: minder extreme ongelijkheid kan leiden tot een veiliger, socialer en uiteindelijk gelukkiger samenleving. Hij ziet in recente politieke discussies over vermogensnivellering tekenen van verandering. Zowel burgers als politici moeten volgens hem de dominantie van concurrentie en materiële groei doorbreken en opnieuw investeren in samenwerking.
Vandaag Inside: René van der Gijp wil Marcos Leonardo eindelijk eens zien scoren: 'Ik ga de training bezoeken!'