Robotics-startup FieldAI haalt $314 miljoen op in nieuwe financieringsronde

donderdag, 21 augustus 2025 (18:17) - IEX.nl

In dit artikel:

FieldAI, een in 2023 opgerichte startup uit Irvine (Californië), heeft in een nieuwe financieringsronde naar verluidt $314 miljoen opgehaald, waarmee de bedrijfswaardering is verviervoudigd tot ongeveer $2 miljard (tegenover $500 miljoen vorig jaar). Investeerders zijn onder meer Khosla Ventures, NVentures van Nvidia, Bezos Expeditions, Canaan Partners en Intel Capital. Het bedrijf meldde eerder in totaal $405 miljoen aan kapitaal in twee rondes, maar gaf niet precies aan welk deel recentelijk is binnengekomen.

FieldAI ontwikkelt een AI-softwareplatform dat op uiteenlopende robotplatformen kan draaien, waardoor klanten de meest kostenefficiënte hardware kunnen kiezen en uitrol sneller verloopt dan bij bedrijven die eigen hardware én software bouwen. De startup richt zich nu op toezicht- en inspectietaken in “vieze, saaie en gevaarlijke” industriële omgevingen, met de ambitie later ook complexere, actiegerichte toepassingen te ondersteunen.

CEO Ali Agha, voormalig roboticatechnoloog bij NASA, zegt dat de nieuwe middelen vooral gebruikt worden om het team te vergroten: van ongeveer 30 medewerkers eind 2024 naar 130 nu, met als doel het personeelsbestand tegen eind 2025 nogmaals te verdubbelen ter ondersteuning van multimiljoencontracten in de VS, Europa en Azië. FieldAI onderscheidt zich volgens Agha door natuurkundige principes in zijn modellen te verwerken om risico’s te beheersen in veranderlijke omstandigheden — “in robotica hebben acties gevolgen,” aldus Agha.

Khosla-partner Kanu Gulati benadrukt dat het verzamelen van praktijkgegevens cruciaal is voor vooruitgang in robotica; meer ingezette robots betekent meer data en snellere verbetering. Tegelijkertijd groeiden wereldwijde investeringen in robotica in 2024 sterk naar $18,6 miljard, wat de belangstelling voor dit segment onderstreept.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Ik keek donderdag een beetje verbaasd op van Jort Kelder...'