Ruzie rond tennisclub vlak bij Zuidas is feestbanket voor advocaten
In dit artikel:
Victor Frequin (VVD-wethouder in Amstelveen, voormalig zakelijk leider van een architectenbureau) en Carolien Friedman (voormalig advocaat en nu arbiter) zijn door de voorzitter van de raad van commissarissen, Eelco Derks, geschorst in het toezicht van de Internationale Tennisclub Amsterdam (ITA). De zaak werd afgelopen donderdag bij de Ondernemingskamer behandeld na een jarenlange, verslechterde relatie tussen de tenniskring DDV en ITA, die het complex beheert achter het Olympisch Stadion.
DDV is de verenigingskant — leden die banen huren en competitie spelen — terwijl ITA het terrein en stadion exploiteert. Beide partijen houden ongeveer 45% van de aandelen in het gezamenlijke bedrijf; daarnaast zijn er diverse particuliere aandeelhouders. Spanningen liepen hoog op door klachten van DDV over te hoge huurprijzen, het niet nakomen van afspraken door ITA en een algemene vertrouwensbreuk, waardoor het ledenverlies en onrust groeiden. DDV-voorzitter Eveline Bijlmer zei dat ze zich gedwongen voelde vergaderingen op te nemen omdat notulen volgens haar tekortschoten.
De drie overige commissarissen — naast Derks ook Tjeerd Glastra en Rob Rappange — vonden dat Frequin en Friedman partijdig waren richting DDV en dat de toezichthouders de situatie eerder verergerden dan stabiliseerden. Dat leidde tot hun schorsing en een rechtszaak waarin alle betrokkenen met advocaten verschenen; de zitting duurde van 15.00 tot 20.00 uur. De rechtbank merkte op dat het geschil sterk gejuridiseerd was en sprak haar verbazing uit over de hoeveelheid juristen en formele procedures voor een vrijwilligersclub; zij riep de partijen op opnieuw met elkaar in gesprek te gaan.
Uiteindelijk werd besloten tot mediation. Frequin en Friedman mogen terugkeren als commissarissen; Derks bood aan mogelijk plaats te maken als voorzitter van de raad van commissarissen. De rechter concludeerde dat de partijen feitelijk aan elkaar verbonden blijven en dat herstel van onderling vertrouwen cruciaal is.
De zaak toont hoe bestuurs- en governanceproblemen binnen ogenschijnlijk kleinschalige, vrijwillige sportorganisaties kunnen oplopen tot kostbare juridische conflicten, en onderstreept dat bemiddeling vaak de meest realistische weg is om de continuïteit van zo’n club te waarborgen.