Schrijver Eva Rovers wil een Derde Kamer in Den Haag

woensdag, 25 februari 2026 (06:19) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Eva Rovers (1978), oprichter-directeur van Bureau Burgerberaad en auteur van Waarom we politiek niet aan politici kunnen overlaten, waarschuwt dat burgers zich te veel terugtrekken terwijl de democratie onder druk staat. In een gesprek vanuit haar appartement in Amsterdam schetst ze een beeld van een politiek die steeds meer in campagnemodus verkeert: korte nieuwscycli en sociale media dwingen politici tot op de korte termijn richten, waardoor complexe dossiers zoals klimaat, stikstof, digitale veiligheid en de woningmarkt verzanden in polarisatie en oneliners.

Rovers vergelijkt de hedendaagse burger met Tolkien’s Frodo: mensen voelen zich te klein om grote verantwoordelijkheden te dragen en beperken hun rol vaak tot eenmaal stemmen. Tegelijkertijd ziet ze wereldwijd en in Nederland duidelijke gevaren: voorbeelden uit de Verenigde Staten en Hongarije tonen hoe rechtsstaatinstituten kunnen worden uitgehold, en in eigen land ziet ze signalen zoals het ondermijnen van journalisten, het terzijde schuiven van advies van de Raad van State en discussies over het demonstratierecht.

Haar antwoord is meer directe democratische betrokkenheid: deliberatieve vormen zoals burgerberaden en een permanent burgerparlement — een zogenoemde "Derde Kamer". In haar voorstel zouden 75 willekeurig geselecteerde Nederlanders, representatief voor de samenleving, beleids- en wetsvoorstellen uitwerken met behulp van experts en gespreksbegeleiding. Het doel is niet debateren om te winnen, maar samen zoeken naar overeenkomsten en houdbare oplossingen voorbij partijpolitiek en de waan van de dag.

Rovers onderbouwt haar pleidooi met voorbeelden: burgerparlementen en -beraden bestaan al in steden als Parijs en Marseille, in Brussel en in Duitstalig België. Het Ierse burgerberaad over abortus leidde in 2018 tot een genuanceerder publiek debat en een wetswijziging die uiteindelijk door bijna 70 procent van de kiezers werd gesteund. In Nederland zijn al zo’n vijftig burgerberaden gehouden — van Heerlen tot Zeeland — die vaak constructieve aanbevelingen opleveren, maar volgens Rovers te weinig publieke aandacht en politieke opvolging krijgen. Het Nationaal Burgerberaad Klimaat (recent) leverde 21 concrete aanbevelingen op die bijdragen aan de klimaatdoelen; Rovers vindt dat kabinet en parlement deze serieus moeten opnemen en borgen.

Een van haar grootste zorgen is dat politici burgeraanbevelingen als vrijblijvend advies naast zich neerleggen, waardoor burgerparticipatie juist wantrouwen kan vergroten. Ook de media spelen volgens haar een rol door deliberatieve processen onder te belichten omdat ze weinig conflict en geen bekende kopstukken opleveren, terwijl juist die processen kunnen verzachten en verbinden in gepolariseerde debatten.

Persoonlijke achtergrond: Rovers groeide op in een kunstminnend gezin in Eindhoven, studeerde cultuurgeschiedenis en schreef biografieën over onder anderen Helene Kröller-Müller en Boudewijn Büch. Rond 2016 kantelde haar werk richting maatschappelijke inzet; de combinatie van politieke ontwikkelingen en persoonlijke gebeurtenissen leidde tot Practivisme, een handboek over effectieve, geplande burgeractie. Samen met haar partner, schrijver en burgerdemocratie-activist David Van Reybrouck, deelt ze een praktijk van nieuwsgierige dialoog — en lange wandelingen die helpen perspectief te houden.

Rovers zet zich ook praktisch in: Bureau Burgerberaad organiseert onder meer schoolberaden om jongeren te leren dialoog te voeren in plaats van te debatteren. Haar overtuiging is dat meer deliberatie — en institutionele garanties voor opvolging — kan zorgen voor eerlijkere oplossingen, meer vertrouwen en minder maatschappelijke polarisatie. Ze erkent de schaal van de uitdaging, maar blijft geloven in de langzame kracht van gezaghebbende, inclusieve gesprekken als antidotum voor een afkalvende democratie.