Sommige Unilever-beleggers vragen ESG-garanties bij McCormick-voedseldeal
In dit artikel:
LONDEN, 8 mei — Unilevers besluit om zijn voedingsdivisie af te splitsen en die te fuseren met de Amerikaanse kruidenmaker McCormick (deal van circa 65 miljard dollar, aangekondigd in maart) zet beleggers aan tot vragen over duurzaamheidstandaarden in de nieuwe groep. De samengestelde onderneming brengt bekende merken zoals Hellmann’s en Cholula bijeen en krijgt een veel grotere, complexere wereldwijde toeleveringsketen met extra uitdagingen rond landbouwgrondstoffen en kleinschalige leveranciers.
Beleggers zoals Storebrand en Union Investment willen garanties dat de fusie Unilevers sterke anti‑ontbossings- en inkooppraktijken overneemt: geen aankoop van ontbost of omgezet land, volledige traceerbaarheid tot plantage en een openbaar klachtenmechanisme. Critici waarschuwen dat Amerikaanse rapportageregels voor ESG minder gedetailleerd zijn dan Europese, en dat er een overgangsperiode kan ontstaan voordat EU‑regels voor duurzaamheidsrapportage voor alle activiteiten gelden. Aandeelhoudersgroep As You Sow waarschuwt dat het afbouwen van verplichtingen risico’s voor investeerders kan opleveren en wijst op eerdere voorbeelden (Kellanova/Kellogg) waar toezeggingen werden ingetrokken.
Unilever blijft grootste aandeelhouder van de nieuwe onderneming met bijna 10% en vier bestuurszetels, maar kleinere aandeelhouders hebben beperkte invloed. Sustainalytics bestempelt McCormick als “gemiddeld risico”: het bedrijf heeft nog geen expliciete, bedrijfsbrede geen‑ontbossingsverklaring en biedt minder detail over traceerbaarheid, audits en certificering. McCormick erkent dat het opschalen van zijn duurzaamheidsprogramma en verbeterde data en leveranciersbetrokkenheid nodig zijn en zegt bezig te zijn met een strategische update waarvan later meer details volgen.