Taiwan voegt Huawei en SMIC toe aan exportcontrolelijst
In dit artikel:
De Taiwanese overheid heeft Huawei Technologies en Semiconductor Manufacturing International Corp (SMIC) toegevoegd aan haar exportcontrolelijst voor strategische hightechgoederen. Dit betekent dat Taiwanese bedrijven voortaan toestemming van de overheid nodig hebben om producten aan deze Chinese bedrijven te leveren. De maatregel, aangekondigd door het ministerie van Economische Zaken, plaatst deze ondernemingen naast andere verboden entiteiten zoals de Taliban en al Qaeda.
Taiwan is de thuisbasis van TSMC, de grootste onafhankelijke chipfabrikant wereldwijd, die onder meer levert aan Amerikaanse techgiganten als Nvidia. Zowel Huawei als SMIC investeren fors om hun chiptechnologie te verbeteren en hun positie in de wereldwijde chipindustrie te versterken. Taiwan handhaaft al strenge exportbeperkingen op chipgerelateerde technologieën die aan Chinese partijen worden geleverd, mede uit bezorgdheid over technologische spionage en het werven van chipexperts door Chinese bedrijven.
Huawei staat bovendien op een Amerikaanse sanctielijst die het bedrijf verbiedt Amerikaanse en aan Amerikaanse technologie gerelateerde goederen te ontvangen, waaronder chips van bedrijven als TSMC. Vorig jaar ontdekte een Canadees onderzoeksbureau dat Huawei's geavanceerde 910B AI-processor TSMC-chips bevatte, waarna TSMC leveringen aan Chinese chipontwikkelaars staakte op last van de Amerikaanse overheid.
SMIC, als grootste Chinese chipfabrikant, investeert volop in het uitbreiden van zijn productiecapaciteit om de binnenlandse halfgeleiderindustrie te versterken, ondanks de strenge Amerikaanse exportbeperkingen. De Taiwanese overheid benadrukt haar bereidheid om hard op te treden tegen pogingen van Chinese bedrijven om technologie te stelen en talent van het eiland aan te trekken, wat de spanningen in de technologische concurrentie tussen Taiwan, China en de Verenigde Staten verder onderstreept.
Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen