Tarieven en olieprijs drukken Europese beurzen
In dit artikel:
Europese aandelen noteerden woensdag rond het middaguur overwegend lager, onder invloed van nieuwe spanningen in het Midden-Oosten en verscherpte dreigingen van handelsheffingen vanuit Washington. De Stoxx Europe 600 verloor ongeveer 0,4%, de Duitse DAX daalde circa 1%, Frankrijk’s CAC 40 en de Britse FTSE 100 verloren elk rond 0,3%. Ook Milaan sloot lager.
De marktonrust werd deels veroorzaakt door een heropleving van geweld tussen de VS en Iran. Iran vuurde volgens berichten meerdere raketten en drones af op Koeweit en Bahrein; het Amerikaanse leger sloeg terug op een Iraans militair controlecentrum. Ondanks de confrontaties stellen de VS dat een staakt‑het‑vuren nog geldt, maar oliemarkten reageerden met een koerssprong van ongeveer 3% omdat de veiligheid in de Straat van Hormuz opnieuw in gevaar lijkt te komen.
Daarnaast kondigden de VS plannen aan voor importheffingen van minimaal 10% tegen veel grote handelspartners, met als argument dat die landen onvoldoende optreden tegen goederen die met dwangarbeid zouden zijn gemaakt. Mogelijke doelen zijn China, de EU en Japan. Het is een nieuwe poging van president Trump om eerdere tariefmaatregelen te herstellen nadat het Hooggerechtshof zijn eerdere systeem van importheffingen in februari onwettig had verklaard. De Europese Commissie noemde de onderliggende redenering “ongegrond” en gaf aan dat de EU werkt aan afspraken rond importheffingen die eind juni rond moeten zijn.
Macro-economisch verslechtert het plaatje: de OESO waarschuwde voor een aanzienlijke wereldwijde vertraging dit jaar, waarbij hogere energiekosten de consumptie en investeringen drukken. De Europese dienstensector kromp in mei wederom, met een gelijkaardig tempo als in april. S&P‑econoom Chris Williamson ziet een krimp in het tweede kwartaal als “zeer waarschijnlijk” en waarschuwt voor oplopende prijsdruk — de inflatie zou mogelijk richting 4% bewegen, iets wat de Europese Centrale Bank ongunstig zou vinden, terwijl renteverhogingen tijdens een recessie riskant zijn volgens hem.
Euroland‑cijfers lieten zien dat de producentenprijzen in april nog stegen, maar minder fors dan in maart (+0,6% m/m versus +3,4%). Zonder energie bedroeg de maandelijkse stijging 0,9%. De hogere olieprijs duwde rentes omhoog; de Duitse tienjaarsrente klom weer boven de 3% en de euro daalde naar ongeveer 1,1617 dollar.
Op sectorniveau en per aandeel waren er uitschieters: Inditex won ruim 4% na cijfers; nutsbedrijven zoals RWE en E.ON stegen; autofabrikanten Mercedes‑Benz en Volkswagen stonden onder druk. In Amsterdam klom Shell licht, halfgeleiderbedrijven ASMI en ASML wonnen terrein nadat JPMorgan het koersdoel voor ASML fors verhoogde en het koopadvies handhaafde. AkzoNobel verloor bijna 19% nadat Nippon Paint en Sherwin‑Williams verdere overnamepogingen staakten; Akzo wil nu inzetten op een fusie met het Amerikaanse Axalta. In Londen schoot B&M ruim 15% omhoog na cijfers.
De futures voor Wall Street wezen op een verdeelde openingssessie, met de S&P 500 licht lager.