Trading Day: oorlogswolken en wankelende tech
In dit artikel:
Jamie McGeever (Reuters, Orlando, 3 juni) rapporteert dat markten woensdag onder druk stonden door een combinatie van escalerende spanningen in het Midden-Oosten en winstnemingen in AI- en tech-aandelen. Die mix trok aandelen en obligaties omlaag, terwijl de dollar en olie stegen.
Belangrijkste marktbewegingen: de Japanse Nikkei klom 2,5% naar een nieuw hoogtepunt, terwijl grote Amerikaanse indices verloren — Dow -1,2% en Nasdaq -0,9%. In sectoren domineerden dalingen (tech -1,5%), hoewel energie juist won (+1,4%). Op bedrijfsniveau noteerden IBM en Broadcom forse bewegingen (IBM -7%; Broadcom tikte kort een record aan maar daalde later ongeveer 7% na de sluiting), Nvidia viel ook terug, Walmart steeg met ongeveer 3,5%. De dollarindex sloot op het hoogste niveau in twee maanden en USD/JPY raakte 160, het niveau dat vaak wordt genoemd als grens voor Japanse valutainterventies. NZD en SEK waren de grootste verliezers binnen de G10. Amerikaanse korte rente steeg circa 4 basispunten; de marktprijs voor een renteverhoging door de Fed in 2026 nam toe. Olieklom +2%, goud daalde zo’n 1% en andere edelmetalen halveerden tot enkele procenten.
Een centraal thema in de column is de yen en Japanse interventie: de munt noteerde opnieuw rond 160 per dollar — de zogenoemde “interventiezone”. Eind april verkocht Japan al een recordbedrag van 73,5 miljard dollar om de yen te ondersteunen, maar de koersontwikkeling alleen zegt niet alles over het succes van die operatie; McGeever stelt dat de uitkomst genuanceerder kan zijn dan het simpele oordeel dat interventie faalde.
Ook groot in het nieuws zijn potentiële megafusies naar de beurs: SpaceX wordt bij een beursgang mogelijk gewaardeerd op circa 1,75 biljoen dollar, en ook Anthropic en OpenAI kunnen rond een biljoen uitkomen. Er bestaat twijfel of de markt zo’n grote toevoer van aandelen kan absorberen; historische data laten zien dat grote IPO’s vaak gepaard gaan met aanzienlijke volatiliteit en soms flinke terugvallen binnen het eerste jaar.
Drie Amerikaanse economische indicatoren van woensdag overtroffen de verwachtingen — particuliere werkgelegenheid, fabrieksorders en dienstverleningsactiviteit — waardoor de Amerikaanse economische verrassingindex op het hoogste punt sinds oktober 2023 staat. Dat ondersteunt het beeld van een solide economie en versterkt verwachtingen van hogere rentes later.
Aandachtspunten voor de korte termijn zijn verdere ontwikkelingen in het Midden-Oosten, economische data uit Australië en de eurozone, toespraken van centrale bankiers (Lagarde, Bailey) en diverse Amerikaanse arbeids- en productiviteitscijfers. Voor beleggers blijft het raadzaam tech-IPO’s en valutainterventies nauwgezet te volgen en geopolitieke risico’s als potentieel marktversnellend te beschouwen.