Trump dringt 'drill baby drill'-agenda op aan Venezuela, schaadt producenten thuis
In dit artikel:
Amerikaanse oliebedrijven staan onder nieuwe druk nu president Trump hen heeft aangespoord Venezolaanse olieproductie te herstellen en grote hoeveelheden gesanctioneerde vaten naar de VS om te leiden. Het doel van die stap is volgens het Witte Huis de binnenlandse brandstofprijs en de inflatie te verlagen, maar in een markt die al ruim voorzien is kan extra Venezolaanse olie vooral leiden tot lagere prijzen, minder inkomsten voor producenten en verdere krimp in de schalie-industrie.
De oproep van Trump gaat gepaard met overleg tussen energie-executives en het Witte Huis over mogelijke investeringen in Venezuela; er is zelfs gesuggereerd subsidies of andere steun aan Amerikaanse bedrijven te verstrekken. Trump zei daarnaast dat 30 tot 50 miljoen vaten uit Venezuela richting de VS zouden kunnen gaan, nadat het regime van Nicolás Maduro naar verluidt door de VS gevangen werd genomen en overgebracht. Dergelijke volumes — vooral de zwaardere Venezolaanse kwaliteiten die goed aansluiten bij raffinaderijen aan de Golfkust — zouden het wereldwijde aanbod vergroten en de prijzen verder drukken.
De markt is al fragiel: Amerikaanse olie handelde recent rond 59 dollar per vat, onder het break-evenniveau van veel projecten, en producenten hebben in 2025 al duizenden banen geschrapt. Grote spelers en dienstverleners zoals Chevron, Exxon Mobil, ConocoPhillips, SLB en Halliburton voerden massale ontslagen en kapitaalrestricties door. De Energy Information Administration meldde een recordproductie van 13,61 miljoen vaten per dag in 2025, met een verwachte lichte daling naar 13,53 miljoen in 2026; analisten van Rystad waarschuwen dat onshore productie in de VS bij olieprijsniveau’s rond 50 dollar met circa 150.000 vaten per dag kan teruglopen tot 2026.
Vooral kleine en middelgrote schalie-operators voelen de pijn: extra internationaal of Venezolaans aanbod knijpt marges verder af en vergroot de kwetsbaarheid van minder efficiënte spelers. Raffinaderijen aan de Golfkust kunnen profiteren van zwaardere vaten, maar voor boorbedrijven betekent dat een lagere prijsomgeving en druk op budgetten; dat vertaalt zich in minder boren, stilgelegde apparatuur en nog meer ontslagen. Analisten wijzen erop dat technologische efficiencywinsten hun grenzen naderen, waardoor de industrie minder snel kan compenseren voor prijsdalingen.
Op het geopolitieke vlak heeft OPEC+ tot nu toe de productieplanning voor begin 2026 gepauzeerd te midden van ruime voorraden, maar de organisatie kan de productiepolitiek inzetten om marktaandeel terug te winnen als Amerikaanse productie kwetsbaar wordt. Twee uitkomsten lijken mogelijk: OPEC verlaagt aanbod om prijzen te stabiliseren, of Amerikaanse schalie verlaagt investeringen en productie zakt vanzelf.
Kortom: het omleiden van Venezolaanse vaten naar de Amerikaanse markt kan consumenten aan de pomp verlichting bieden, maar veroorzaakt tegelijkertijd serieuze financiële en operationele pijn in de binnenlandse olie-industrie. Veel producenten reageren afwachtend te midden van onduidelijkheid over omvang van stromen, mogelijke overheidssteun en de reactie van OPEC.