Trump prees recordoliedeal Venezuela aan, maar werkelijkheid dringt zich op
In dit artikel:
President Donald Trump presenteerde op 30 oktober een overeenkomst waarbij North American Blue Energy Partners (NABEP) de controle krijgt over 17 Venezolaanse olievelden, met volgens hem circa 64 miljard vaten aan reserves. De deal geeft de Verenigde Staten 35 procent van het moederbedrijf van NABEP en het recht om 20 procent van de productie tegen kostprijs af te nemen. De eerste olielading onder de overeenkomst arriveerde dinsdag in Texas; Trump noemde die levering een geschenk aan de VS.
NABEP, geleid door de Venezolaanse zakenman Alejandro Betancourt, zegt de productie binnen zes tot zeven jaar te kunnen verhogen van ongeveer 224.000 vaten per dag medio oktober naar meer dan 1 miljoen vaten per dag. Het bedrijf stelt sinds 2024 1 miljard dollar aan eigen kapitaal te hebben geïnvesteerd en zegt circa 5.000 werknemers en ruim 10.000 aannemers te hebben. Volgens het bedrijf zijn tientallen boor- en reparatie-installaties geregeld en zijn al nieuwe machines naar verschillende olievelden gebracht.
Interviews van Reuters met oliearbeiders, aannemers, financiers en deskundigen wijzen echter op grote twijfels over de haalbaarheid. NABEP zou schulden hebben bij leveranciers, moeite hebben om personeel te werven en afhankelijk zijn van lokale aannemers voor personeelszaken, apparatuur en dagelijkse beslissingen. Het bedrijf moet bovendien verouderde infrastructuur herstellen, concurreren om boorinstallaties en elektriciteitsvoorzieningen en technisch personeel aantrekken in een land waar veel geschoolde werknemers zijn vertrokken. NABEP ontkent dat rekeningen onbetaald blijven en zegt over te stappen op een nieuw betalingssysteem.
Ook de omvang van de genoemde reserves kan volgens deskundigen een te rooskleurig beeld geven. Francisco Monaldi van Rice University schat dat binnen de wettelijke looptijd van 25 jaar waarschijnlijk slechts ongeveer 10 miljard vaten realistisch winbaar zijn, en alleen als financiering, infrastructuur en andere voorwaarden op orde komen. Zelfs voor grote internationale oliemaatschappijen zou het volgens sectoranalisten een zware opgave zijn om 17 velden tegelijk te ontwikkelen.
De grootste productiegroei wordt verwacht bij Junin Sur in de Orinocogordel. In het verouderde Maracaibo-bekken liggen de problemen ingewikkelder. Bij het veld Petrozamora meldden werknemers ongebruikte zware machines, beschadigde installaties, olielekkages en vertraagde betalingen aan leveranciers. Volgens interne PDVSA-cijfers steeg de productie daar wel van 98.000 vaten per dag in september naar 115.000 in oktober. Tegelijkertijd moet naar schatting 80 procent van ongeveer 4.000 stilgelegde putten in het bekken worden gerepareerd. Satellietbeelden lieten begin oktober bovendien zien dat bij zeven van de 17 velden geen boorinfrastructuur aanwezig was; zes nieuwe gebieden zijn nog vrijwel onontgonnen en moeilijk bereikbaar.
De financiering vormt een extra risico. NABEP zegt buitenlandse banktoegang te hebben, maar volgens betrokkenen had het bedrijf moeite om bankrekeningen te openen vanwege eerdere Amerikaanse en Europese onderzoeken naar Betancourts transacties met de Venezolaanse regering. In de Verenigde Staten werd hij onderzocht in verband met een vermeende verduistering van meer dan 1 miljard dollar bij staatsoliebedrijf PDVSA; dat onderzoek is dit jaar opgeschort. Ook Zwitserland onderzocht hem wegens witwassen. Betancourt is nergens aangeklaagd of veroordeeld.
De overeenkomst kwam tot stand nadat NABEP in 2024 drie Venezolaanse energieprojecten had verkregen. Op 1 oktober kreeg het bedrijf daar nog veertien olievelden bij op basis van afspraken met de Venezolaanse regering. Interim-president Delcy Rodriguez verdedigt de deal, terwijl PDVSA en het ministerie van Olie niet op vragen reageerden. Oppositieleider Maria Corina Machado noemt de overeenkomst onvoldoende transparant. Volgens haar zijn buitenlandse investeringen welkom, maar is de keuze voor de manier en de betrokken partner bepalend.
NABEP zegt klaar te zijn voor een opleving van de Venezolaanse olie-industrie. Critici, onder wie voormalig energieminister Humberto Calderón Berti, betwijfelen echter of het jonge bedrijf over voldoende technische ervaring, geld en geloofwaardigheid beschikt om de beloofde productiesprong waar te maken.
Vandaag Inside: Wilfred Genee gaat In de Wandelgangen verder in op podcast met Jaimie Vaes: 'Dan verbaast me dat'